Lezen 26: jan is ziek. AVI 2

kort antwoord oefening

lees de tekst.
kies het juiste ant-woord.

jan is ziek.

jan is ziek.
hij ligt in zijn bed.
hij hoeft niet naar school.
jan heeft koorts.
mama komt bij jan.
zij heeft een glas sap.
o, wat is dat fijn.
jan heeft erg veel dorst.
hij drinkt het glas leeg.
het smaakt best goed.
nu heeft jan weer slaap.
mama geeft hem een kus.
jan valt weer snel in slaap.
ziek.JPG