Lezen 22: vissen. AVI2

kort antwoord oefening

lees de tekst.
kies het juiste ant-woord.

vissen

ik ga naar het park.
daar is een groot meer.
in het meer zwemt een vis.
ik leg een lijn uit.
aan de lijn zit een haak.
daar doe ik dan aas aan.
de vis hapt al in het aas.
nu kan hij niet meer weg.
zo, een vis heb ik nu al.
maar ik ga nog niet weg.
ik wil nog een vis.
vang ik nog een vis?
ja hoor, er zit er nog een aan.
VisHaak.JPG