Zes historische periodes

 

 Kindvriendelijk zoeken op het internet . Kies hieronder .

website mundo    Je kan hier de tekst downloaden.


1 De oudste tijden

Archeoloogje spelen. (Tijdsduur: 2’55’’)                                          Schatten onder de grond.

Skelet van een dinosaurus. (Tijdsduur: 0’47’’)                                  Een hele grote bek.

Ötzi, de ijsmummie. (Tijdsduur: 1’44’’)                                            Van meer dan 5000 jaar oud.

Ötzi en zijn dorpelingen. (Tijdsduur: 2’31’’)                                      Ötzi, de ijsmummie.

De spullen van Ötzi. (Tijdsduur: 1’10’’)                                            Ötzi, de ijsmummie.

Geen "gewone" dood. (Tijdsduur: 3’05’’)                                          Ötzi, de ijsmummie.

Jagers en verzamelaars. (Tijdsduur: 2’28’’)                                      Mensen in de steentijd.

De sjamaan. (Tijdsduur: 2’33’’)                                                       Verhalenverteller en genezer.

Vuur maken. (Tijdsduur: 2’26’’)                                                       Zonder aansteker of lucifers!

De eerste boeren. (Tijdsduur: 2’21’’)                                                Mensen in de Steentijd.

2 De tijd van Grieken en Romeinen /  De Oudheid

 De Oude Grieken. (Tijdsduur: 14’00’’)

Tempels van de oude Grieken. (Tijdsduur: 2’57’’)                              Huizen voor de goden.

De goden van de Oude Grieken. (Tijdsduur: 2’29’’)                            Overal bestond een god voor.  

De Olympische Spelen. (Tijdsduur: 14’37’’)                                 Toen en nu.

De Olympische Spelen(2). (Tijdsduur: 1’45’’)                                    Bij de Oude Grieken.

Het Grieks theater. (Tijdsduur: 1’29’’)                                               Vliegende goden op toneel.

Mannen en vrouwen bij de Oude Grieken. (Tijdsduur: 1’33’’)                Mannen waren de baas.

In het Oude Rome. (Tijdsduur: 14’47’’)

Romulus en Remus. (Tijdsduur: 0’50’’)                                             Het ontstaan van Rome.

Het Romeinse Rijk. (Tijdsduur: 2’30’’)                                              Groot, machtig en rijk.

Alle wegen leiden naar Rome. (Tijdsduur: 1’10’’)

Romeinen in ons land. (Tijdsduur: 3’02’’)                                          Ze brachten perziken, kippen en geld.

Het Forum. (Tijdsduur: 0’57’’)

Water in het oude Rome. (Tijdsduur: 2’20’’)                                      Geen stromend water en wc.

3 De tijd van burchten en steden / Middeleeuwen

De Vikingen komen. (Tijdsduur: 14’00’’)

De Vikingen. (Tijdsduur: 2’39’’)                                                      Avonturiers uit het noorden.

De tochten van de Vikingen. (Tijdsduur: 2’34’’)                                Noormannen in West-Europa.

De eerste steden. (Tijdsduur: 1’19’’)                                               Ontstaan van middeleeuwse steden.

Houten huizen. (Tijdsduur: 1’20’’)                                                   Dicht op elkaar.

Veilig wonen in de Middeleeuwen. (Tijdsduur: 1’15’’)                        Stadsmuren, poorten en wachters.

Stadsrechten. (Tijdsduur: 1’49’’)                                                    Regels en wetten van een stad.

Kooplieden in de Middeleeuwen. (Tijdsduur: 2’26’’)                          Opkomst van de handel.

Ambachtslieden. (Tijdsduur: 2’57’’)                                                Trots op hun werk.

Bij de mensen thuis. (Tijdsduur: 3’43’’)                                            Alles in één ruimte.

Het ontstaan van kastelen. (Tijdsduur: 2’02’’)                                   Dikke muren, kleine vensters, een slotgracht en een ophaalbrug.

Leven in een kasteel. (Tijdsduur: 2’02’’)                                            Als in een sprookje?.

Het kasteel. (Tijdsduur: 5’47’’)                                                        Overal op voorbereid.

Een aanval op een kasteel. (Tijdsduur: 1’56’’)                                   Klinkt spannend... maar hoe ging dat eigenlijk?

Een slingerblijde. (Tijdsduur: 3’07’’)                                                 Een middeleeuwse katapult.

Een vestingstad. (Tijdsduur: 1’17’’)                                                 Met aarden wallen, dikke muren en grachten.

Een middeleeuwse stad. (Tijdsduur: 2’03’’)                                      Het stadje Carcassonne in zuiden van Frankrijk.

Ridders. (Tijdsduur: 2’04’’)                                                              In dienst van een heer.

De Kruistochten. (Tijdsduur: 14’00’’)                                           God wil het!

Kloosters in de Middeleeuwen. (Tijdsduur: 1’03’’)                              Het leven in een klooster.

De zwarte dood. (Tijdsduur: 2’41’’)                                                  De pest raast door Europa.

De zwarte dood. (Tijdsduur: 14’00’’)

De plaag van de pest.

 4 De tijd van vorsten en ontdekkingen / De nieuwe tijd

Columbus, de ontdekkingsreiziger. (Tijdsduur: 4’11’’)                        Geen Indië, maar Amerika.

Ontdekkingsreiziger Columbus. (Tijdsduur: 1’47’’)                             Een nieuwe zeeweg naar Azië.

Columbus op reis. (Tijdsduur: 2’41’’)                                                Augustus 1492.

 5 De tijd van de volkeren / De nieuwste tijd

Koning Willem I verliest België. (Tijdsduur: 14’00’’)

Vóór de industriële revolutie. (Tijdsduur: 3’25’’)                                   Niets gaat vanzelf.

Op stoom. (Tijdsduur: 3’44’’)                                                             De stoommachine en de stoomtrein.

Fabrieksarbeiders. (Tijdsduur: 3’47’’)                                                  Dikke wolkenstof en onveilige machines.

Kinderarbeid. (Tijdsduur: 14’00’’)

Kinderarbeid in Nederland. (Tijdsduur: 2’12’’)                                        Hard werken voor weinig geld.

Een uitzichtloze oorlog. (Tijdsduur: 14’00’’)                                    Oorlogen waren vroeger anders dan nu.

De Eerste Wereldoorlog. (Tijdsduur: 3’00’’)                                           1914 - 1918

Slag bij de Somme. (Tijdsduur: 2’58’’)                                                   Belangrijke slag in de Eerste Wereldoorlog.

Soldaat in de eerste wereldoorlog. (Tijdsduur: 5’48’’)                              Een uitzichtloos gevecht.

Zwarte donderdag. (Tijdsduur: 1’01’’)                                                     Het begin van de crisis in de jaren dertig.

Crisistijd in de jaren dertig. (Tijdsduur: 14’00’’)

Crisis in Nederland. (Tijdsduur: 2’16’’)                                                   Enorme werkloosheid en armoede.

Hitler aan het woord. (Tijdsduur: 1’19’’)                                                 Hitler is goed in het houden van toespraken en redevoeringen.

Hitler aan de macht. (Tijdsduur: 14’’00’’)

Jodenvervolging. (Tijdsduur: 3’07’’)                                                        Joden krijgen de schuld.

Aparte wijken voor joden. (Tijdsduur: 2’09’’)                                            Iedere jood een Jodenster.

Onderduiken: De Tweede Wereldoorlog. (Tijdsduur: 14’00’’)

Verstoppen voor de Duitsers. (Tijdsduur: 2’16’’)                                          Onderduiken.

Een nieuwe naam. (Tijdsduur: 2’07’’)                                                        Onderduiken.

Joden worden weggevoerd. (Tijdsduur: 5’35’’)                                            Naar werkkampen in Duitsland.

De vernietigingskampen. (Tijdsduur: 3’19’’)                                               Als beesten in de trein.

Kamp Westerbork. (Tijdsduur: 4’23’’)                                                       Een doorgangskamp in Drenthe.

Kamp Auschwitz. (Tijdsduur: 3’04’’)                                                        Een vernietigingskamp voor 1,5 miljoen joden.

De bevrijding begint. (Tijdsduur: 2’02’’)                                                     De Duitsers verliezen terrein.

Bunkers. (Tijdsduur: 2’44’’)                                                                      Gebouwd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

D-day = Decisionday = Beslissingsdag (Tijdsduur: 3’26’’)                           De Engelse landing in Normandië.

Duitsland geeft zich over. (Tijdsduur: 5’16’’)                                               Nederland is weer een vrij land.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog. (Tijdsduur: 4’50’’)                          Duitsland wordt verslagen.

Nederland bevrijd. (Tijdsduur: 2’51’’)                                                         Gevangenen keren terug.

Een monument voor oorlogsslachtoffers. (Tijdsduur: 1’04’’)                        Opdat wij ze niet vergeten.

Anne Frank. (Tijdsduur: 14’00’’)

Onderduiken. (Tijdsduur: 1’58’’)                                                                Waarom?

Het dagboek van Anne Frank. (Tijdsduur: 2’20’’)                                         Een wereldberoemd boek.   

6 De eigen tijd / Onze tijd

De kruidenier. (Tijdsduur: 2’38’’)                                                                Toen er nog geen supermarkten waren.

De Solex (Tijdsduur: 2’39’’)                                                                       Een bromfiets van zestig jaar oud

Jong in de jaren zestig. (Tijdsduur: 3’23’’)                                                   Hoe was het om jong te zijn in de jaren zestig?

Werken onder de grond. (Tijdsduur: 5’34’’)                                                  Aan de slag in een steenkoolmijn.

De dag van het werkpaard. (Tijdsduur: 3’38’’)                                               Een grote hulp voor de boer. 

Tinnenfiguren. (Tijdsduur: 2’35’’)                                                                Soldaatjes om mee te spelen.

De geschiedenis van het slapen. (Tijdsduur: 2’02’’)                                     Van de prehistorie tot nu.      

De geschiedenis van lijm. (Tijdsduur: 2’04’’)                                                Van de prehistorie tot nu.


1 De oudste tijden

Archeoloogje spelen. (Tijdsduur: 2’55’’)                                        Schatten onder de grond.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_archeoloogjespelen01

Ik ben Judith Vissers(?), ik ben 13 jaar oud en ik zit in de tweede klas van de (?) Scholengemeenschap. En ik ben bezig met een praktijkles archeologie. Er zit iets wat je vaak tegenkomt, zo van: “ik krijg les in archeologie, cool hè?!”. En we kregen eerst les en toen kregen we een opdracht. Toen moesten we eerst een akker uitzoeken en je moet zoeken naar waardevolle dingen, zoals scherven en stenen. Ja, ik moet opschrijven waar ik iets heb gevonden, zodat ik het later terug kan kijken van “waar heb ik die bepaalde steen gevonden?”. En de stenen moet ik nummeren. Kijk: waar ik ook iets interessants heb gevonden, ik vind dit zelf wel heel erg geinig. Het is een beetje beschadigd, het is een pijpenkopje. En ja, voor de rest een hoop stenen, glas een beetje, aardewerk. Kijk: waar meneer ook iets kan over vertellen wat het allemaal is. Wat je hier ziet, dat weet je wel, dit is een…? Een pijpenkopje. Een pijpenkopje. Dit pijpje is ongeveer ouder dan tussen 1740 en 1750. Heb je nog wat, Judith? Nee. Ze zegt van niet, maar hier moet je eens kijken. Ze heeft stenen bij. Dit is eigenlijk een spectaculaire vondst! Ze denkt, dat ze een steen bij heeft, maar ze heeft een stuk van een Neolithische.., dat is de Jonge Steentijd, van een Neolithische vuistbijl. Dit vind je dus nooit hè, in hele je leven, je mag 100 jaar een akker aflopen en als je dit vindt, dan heb je echt heel veel geluk gehad en dat heeft Judith dus. Ze dacht, dat ze een steen had. Zie je wel, dat ik zei “breng alles mee wat je op die akker vindt en dan zullen we straks wel zien wat erin zit!”. In werkelijkheid ziet zo’n vuistbijl, zo’n handbijl, er als volgt uit. Kijk: ze heeft dus dit stukje bij. Maar het heeft ongeveer deze vorm. Ik ben opgeleid als archeoloog. En één van de zaken die je leert is het herkennen van vondstmateriaal, dus je herkent het meteen, of dat het Romeins is, Middeleeuws, Prehistorie, het is overduidelijk. In het totaal worden door deze leerlingen 120 akkers afgelopen, dat is natuurlijk immens. Je mag in het algemeen zeggen, dat van de 120 akkers die worden afgelopen, één of twee akkers interessant zijn. Dat noemt men: “die zijn archeologisch besmet”. Als de leerlingen deze opdracht krijgen, zijn ze heel verbaasd. Ze stelden zich af: “wat laat hij ons nu allemaal doen?!”. Maar het meeste wat opvalt is: ze zijn verbaasd, dat ze allemaal wat vinden. Mijn naam is Leo (…), ik woon in Friesland in het plaatsje Lippenhuizen. 23 jaar geleden is het voor mij hier begonnen, dat ik geïnteresseerd raakte in, ja, het vinden eigenlijk van oude voorwerpen. 23 jaar geleden stond deze sluis hier droog, toen ben ik eigenlijk hier eens een keer ingekropen samen met mijn broer om te kijken of er ook oude spulletjes in lagen. Mijn eerste oude muntjes heb ik hier gevonden. De oudste is uit 1653 van de Provincie Friesland en daarnaast een zilveren dubbeltje en een halve cent uit 1884. En dat is eigenlijk de aanleiding van ons geweest om een metaaldetector aan te schaffen. Een metaaldetector is een apparaat waarmee je dus metalen voorwerpen in de bodem van de grond op kunt zoeken. We zijn hier aan de Opsterlandse Compagnonsvaart en hier voeren schepen met turf en die turf, die werd gebruikt in de steden om de kachel te laten branden. En ze namen dan het afval uit de steden mee terug en dat werd hier op het land als bemesting voor de boeren weer gebruikt. En in dat stadsafval kon je dus eigenlijk 600 jaar geschiedenis van heel Nederland vinden! Aan de hand van muntjes, gespjes, voorwerpjes, ja, eigenlijk van alles! Dit is een zilveren knoopje. Dit is dus weer iets wat uit de rijkere buurten vandaan komt. Dit soort knoopjes, die worden hier ook vrij veel gevonden. Zo rond 1800, het is een mooie vondst. Nou, hier zien jullie dan mijn hele verzameling van 22 jaar zoeken met de metaaldetector en hier ziet u dan mijn grootste vondst van 1327 zilveren en gouden munten die ik vorig jaar in augustus nog heb gevonden uit de tijd van Koning Willem III, Koningin Wilhelmina en          koningin Juliana. Zo, ik ben Hans Faber en mijn passie en liefde, voorliefde, voor de auto’s, dat blijkt wel, omdat ik deze wagens ook verzamel. In de jaren ’50 hadden wij rollen beschuit en daar zaten allemaal autoplaatjes in. En daar zat ook deze bij: uit 1950 was dat een MG(?) en ik heb altijd dat plaatje bewaard en gezegd: “zo’n auto ga ik een keer kopen!”. Nou, en op een gegeven moment in begin jaren ’60 deed de kans zich voor om zo’n auto te kopen en toen hebben we deze wagen dus ook gekocht. Als je nagaat dat de auto’s die toen op de weg waren, het waren er plusminus 450-, 500.000 en meer niet. Dus het was al een grote zeldzaamheid dat een jonge vent van 22 jaar al een sportwagen had en die dan ook bij ons in het wijkje stond, want het typische was: het was de tweede auto die in het hele wijkje stond waar wij toen leefden. En dat besef je nu pas, nu er geloof ik een zes miljoen auto’s in Nederland zijn. Dit is een MG SA, het was één van de snelste personenwagens die in die tijd gebouwd is, in 1936 zijn ze op de markt gekomen. De mensen die hier rijk waren, die kochten zo’n wagen, en ja, toentertijd was autorijden ook vrij duur in de midden jaren ’30, want het was ook bijna niet te betalen voor de gewone man, dat ging allemaal op de fiets of op een motortje. Maar dit soort auto’s werden door de rijken gekocht. Het is ook allemaal puur handwerk hè: ze werden met de hand in mekaar gezet. We waren in Engeland op vakantie en toen zagen we ‘m staan. Toen stond ie tot aan zijn assen eigenlijk in het weiland helemaal te verpieteren. Dus de kleuren zaten er niet eens meer op, want dat was allemaal roestbruin geworden. Het dak was eruit, er groeide gras in, er hadden konijnen in gelegen, ratten hadden erin gelegen. Dus het was eigenlijk een barrel om te zien. En in 1980 ben ik begonnen met de restauratie. En daar ben ik gewoon elke vrije uur continu twee jaar bezig met de restauratie van die wagen geweest. De vormgeving van die auto, die spreekt me enorm aan. Hè, de spaakwielen, de lange spatborden, de losse koplampen; het heeft iets uit je kindertijd, hè, want toen speelde je met dat soort autootjes en dat blijft nog zo.

Skelet van een dinosaurus. (Tijdsduur: 0’47’’)                                       Een hele grote bek.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030701_dinosaurus02

Iedereen kan komen kijken. O, nu zie je pas hoe groot hij is. Enne hoe eng!

Ötzi, de ijsmummie. (Tijdsduur: 1’44’’)                                                  Van meer dan 5000 jaar oud.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20061213_otzi01

Dit zijn de Alpen in het zuiden van Oostenrijk. Er zijn hoge bergen. Er ligt eeuwig sneeuw en ijs. In de zomer van 1991 doen twee Duitse wandelaars een griezelige ontdekking. Ze zien iets uit het ijs steken: een lichaam! De politie komt erbij en een bergingsploeg haalt het lichaam uit het ijs. Het is het lichaam van een man. Ze brengen het naar een laboratorium. Er zijn veel vragen. Wie is deze man? Hoe was hij gestorven? En waaraan? Al snel komen geleerden erachter, dat dit het lichaam is van iemand die hier meer dan 5000 jaar geleden heeft geleefd. Het ijs heeft het lichaam al die tijd ingevroren.De ijsmummie wordt Ötzi genoemd. Omdat hij is gevonden in het Ötzdal in de Alpen. Jarenlang hebben de onderzoekers geloofd dat Ötzi een herder was. Tijdens een tocht door de bergen is hij in een sneeuwstorm terecht gekomen.
Hij viel, raakte uitgeput en stierf tenslotte van de kou. Hij was toen 46 jaar oud.

Ötzi en zijn dorpelingen. (Tijdsduur: 2’31’’)                                           Ötzi, de ijsmummie.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20061213_otzi03

Dit zijn de Alpen in het zuiden van Oostenrijk. In de zomer van 1991 ontdekken twee Duitse wandelaars een lichaam. Het blijkt het lichaam van een man te zijn. Die was hier 5300 jaar geleden gestorven. Het ijs heeft het lichaam al die tijd ingevroren. De ijsmummie werd Ötzi genoemd. Omdat hij is gestorven in het Ötzdal in de Alpen.Bij zijn lichaam vinden de bergers ook allerlei spulletjes, zoals gereedschap en kleding. Het lichaam van Ötzi en alle spullen die hij bij zich had, worden in het laboratorium nauwkeurig onderzocht. En zo komen de archeologen erachter waar hij vandaan kwam. Ötzi heeft in een dal van de Alpen gewoond. In een kleine nederzetting. In die tijd zijn de mensen de hele dag bezig met jagen en het verzamelen en bereiden van voedsel. In het voorjaar wordt er geploegd en gezaaid. De mensen verbouwen in die tijd gewassen, zoals tarwe en gerst.
De dorpelingen hebben geiten. Die brengen ze in het voorjaar naar hoger gelegen weiden. Maar meer dan 5000 jaar geleden wordt er vooral veel gejaagd. De mannen jagen op allerlei dieren, zoals beren, herten... Iedereen moet meehelpen om voorraden voedsel aan te leggen. In de herfst verzamelen de vrouwen, vruchten, paddestoelen, bessen en noten uit het bos.
En ze moeten brandhout zoeken. Want in de winter is het 's nachts koud in de hutten. Je moet wel een vuurtje maken om een beetje warm te blijven. En ze hebben natuurlijk óók vuur nodig om bijvoorbeeld brood te bakken. In de winter hebben de mannen alle tijd om gereedschap te maken. Van stukken vuursteen maken ze pijlpunten en scherpe messen.

De spullen van Ötzi. (Tijdsduur: 1’10’’)                                                 Ötzi, de ijsmummie.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20061213_otzi02

Dit zijn de Alpen in het zuiden van Oostenrijk. In de zomer van 1991 ontdekken twee Duitse wandelaars een lichaam. Het blijkt het lichaam van een man te zijn. Die was hier 5300 jaar geleden gestorven. Het ijs heeft het lichaam al die tijd ingevroren. De ijsmummie werd Ötzi genoemd. Omdat hij is gestorven in het Ötzdal in de Alpen. Bij zijn lichaam vinden de bergers ook allerlei spulletjes, zoals gereedschap en kleding. Ötzi droeg een jas van geitenvel met daaroverheen een schoudermantel van gras.
En hij had een muts van berenvel op. Zijn benen hield hij warm met twee losse broekspijpen van geitenleer. Broeken waren er toen nog niet. Zijn schoenen waren gevuld met gras. Zo hield hij warme voeten. Verder had hij een dolk van vuursteen bij zich en een pijlkoker met pijlen. Maar het mooiste werktuig was toch wel de bijl van koper.

Geen "gewone" dood. (Tijdsduur: 3’05’’)                                               Ötzi, de ijsmummie.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20061213_otzi04

Dit zijn de Alpen in het zuiden van Oostenrijk. In de zomer van 1991 ontdekken twee Duitse wandelaars een lichaam. Het blijkt het lichaam van een man te zijn. Die was hier 5300 jaar geleden gestorven. Het ijs heeft het lichaam al die tijd ingevroren. De ijsmummie werd Ötzi genoemd. Omdat hij is gestorven in het Ötzdal in de Alpen. Bij zijn lichaam vinden de bergers ook allerlei spulletjes, zoals gereedschap en kleding. Het lichaam van Ötzi en alle spullen die hij bij zich had, worden in het laboratorium nauwkeurig onderzocht. Tien jaar na zijn vondst gaat Ötzi in een scan. Met dat apparaat kunnen de geleerden nog beter in zijn lichaam kijken. Wat blijkt? In zijn schouder zit een pijlpunt. En op zijn huid zien de onderzoekers een wond, veroorzaakt door de pijlpunt. Ötzi is dus in zijn rug geschoten! Zou hij aan die schotwond gestorven zijn? Maar waarom is hij beschoten en door wie?
De onderzoekers gaan verder en vinden nu ook een diepe snijwond in zijn hand. Waarschijnlijk opgelopen tijdens een gevecht. En later ontdekken ze ook nog eens het bloed van vier verschillende mensen op zijn pijlen en jas. Ötzi heeft dus gevochten met vier mensen. Waarschijnlijk is zijn dorp aangevallen door een vijandige stam. Er waren gevechten, er vielen doden. De overlevenden vluchtten de bergen in. Het was lente, maar het weer sloeg plotseling om. Het werd steeds kouder en begon te sneeuwen. Zonder warme kleding en een goede uitrusting kun je niet overleven in die kou. En dat wist Ötzi. Hij keerde waarschijnlijk terug naar het dorp om zijn spullen op te halen. Zoals de kostbare bijl, speren en warme kleding. Misschien is hij vlak daarna in zijn schouder geschoten. Maar hij kon vluchten. Het werd steeds kouder. Ötzi was zwaar gewond, viel neer en stierf uiteindelijk van uitputting en kou. Maar of het zo gebeurd is? Helemaal zeker weten we het nooit. 5300 jaar later werd zijn lichaam gevonden.

Jagers en verzamelaars. (Tijdsduur: 2’28’’)                                       Mensen in de steentijd.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_steentijd01

De mensen in de steentijd woonden niet in een huis in een dorp of stad net als wij. Waarschijnlijk woonden ze in tenten en hutten, gemaakt van stro en dierenhuiden. Ze zwierven in groepen door het land op zoek naar eten. De mannen gingen als er eten nodig was op jacht naar rendieren, zwijnen en hazen. Hun pijlen, speren en bogen maakten de jagers zelf.Ook werd er gevist.De vrouwen en kinderen gingen iedere dag op zoek naar voedsel in de bossen. In de herfst naar wilde vruchten, in het voorjaar verzamelden ze bladgroenten en knollen. Als de mannen terugkwamen van de jacht werden de dieren die ze hadden gevangen, geslacht.Alles van het dier werd gebruikt. Het vlees om te eten, huiden voor de kleding, en zelfs de ingewanden werden schoongemaakt.Met een varkensblaas kon je heel leuk voetballen?En van tanden werd een mooie halsketting geregen. De vuurplaats was een belangrijke plek bij elke hut. 's Avonds om bij te eten, 's nachts om de dieren op een afstand te houden. Om veilig bij elkaar te zitten, zich te kunnen warmen en?. om elkaar verhalen te vertellen. Verhalen over hoe de wereld was begonnen, of over hoe de geesten naar je loerden?In de loop van de tijd leerden de mensen uit de prehistorie hoe ze grond konden bewerken en dieren konden temmen. Jagers werden boeren.

De sjamaan. (Tijdsduur: 2’33’’)                                                    Verhalenverteller en genezer.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_steentijd03

In de meeste groepen in de steentijd was er wel een wijze man of vrouw. Een soort priester of tovenaar. We noemen zo iemand een 'sjamaan'. Deze sjamaan vertelde verhalen bij de vuurplaats. Verhalen over hoe de wereld was begonnen en over de eerste mensen. Verhalen over geesten die je 's nachts kon horen fluisteren in het bos. Geesten die naar je loerden door de ogen van wilde dieren. Door deze verhalen konden de mensen de wereld om zich heen beter begrijpen. De sjamaan wist ook hoe je met geesten moest omgaan: voor die geest moest je oppassen en die hielp je. Hij hielp de mannen ook bij de jacht. Eerst moesten de geesten die in de dieren woonden vriendelijk gestemd worden. Deze wijze man of vrouw had vaak ook veel verstand van kruiden tegen ziekte en pijn. Daarom werd zijn of haar hulp vaak in geroepen. Bij de verzorging van een wond?Of bij ziekte?En als je als jongen volwassen werd, moest je onder leiding van de sjamaan moeilijke opdrachten uitvoeren. Bijvoorbeeld moest je leren hoe het is om een paar dagen en nachten alleen in het bos te blijven. En daar voor jezelf te zorgen. Tot besluit kreeg de jongen dan een nieuwe naam en een teken, een tatoeage. Dan hoorde hij echt bij de stam.

Vuur maken. (Tijdsduur: 2’26’’)                                                                  Zonder aansteker of lucifers!

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091223_vuurmaken01

Onze expert uit het Stenen Tijdperk weet hoe het moet. Een dun stokje van hardhout… Ronddraaien. Een plat vlak van zacht hout. Om het stokje sneller te laten draaien maakt hij er een touw aan vast. Dat is minder inspannend. En kijk: wrijving veroorzaakt hitte. Zijn techniek wordt al beter. Het zachte hout is zwartgeblakerd en het zaagsel begint te gloeien. Genoeg om het droge mos aan te steken. Zachtjes blazen. Wat houtsnippers erbij. Daar begint het al te roken. Nog eens blazen. En ineens heb je een laaiend vuur. Maar er zijn nog andere manieren. Je kunt ook vuur slaan. Daarvoor heb je drie dingen nodig: een vuursteen, pyriet en een tondel of tonderzwam, die brandt heel snel. Als je de vuursteen tegen het pyriet slaat, ontstaan er kleine vonkjes waardoor de tondel gaat branden. Vroeger hadden mensen altijd een vuursteen bij zich, tot een paar eeuwen geleden. Toen vond iemand de lucifers uit. Die zijn veel praktischer. De kop van een lucifer is van zwavel. Dat brandt alleen als je het ergens langs haalt, bijvoorbeeld een strijkvlak met fosfor. Door de wrijving ontstaat hitte waardoor het mengsel van zwavel en fosfor gaat branden. En nog eens. Jahoor! Een aansteker is nog makkelijker. Onder het wieltje zit een steentje van een speciaal metaal, cerium. Bij de minste wrijving vliegen de vonken er al af. Maar wat brandt er dan? Als je duim van het wieltje glijdt, duwt hij een palletje omlaag en stroomt er gas naar buiten. Let op! Eerst vonken, dan gas en tot slot de vlam.

De eerste boeren. (Tijdsduur: 2’21’’)                                                         Mensen in de Steentijd.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060314_steentijd04

De eerste boeren kwamen hier ongeveer 7000 jaar geleden wonen. Ze leefden heel anders dan de jagers die al in ons land leefden. De boeren woonden op een vaste plek, in huizen gemaakt van stro, leem, takken en boomstammen. De bomen werden omgehakt met grote bijlen, een nieuwe uitvinding van de boeren. Zo kwam er ruimte voor de akkers. Op de akkers lieten de boeren graan groeien. Om de akkers te bebouwen maakten ze gebruik van dieren. De ossen hielpen hen bij het bewerken van de grond. Varkens hielden ze voor het vlees, en geiten voor de melk. En schapen leverden wol. De wol werd door de vrouwen gesponnen en met een weefgetouw werden kledingstukken geweven. De boeren hadden hun akkers rond hun boerderij, waar ze hun voedsel zelf verbouwden. Ze hoefden dus niet net als de jagers op zoek naar voedsel. De boeren zaaiden bijvoorbeeld graan. Het graan werd geoogst en met maalstenen tot meel vermalen. Daarvan bakten de boeren op een houtskoolvuur hun broden/koeken. Een andere nieuwe vinding van de boeren was het pottenbakken. Ze wilden het voedsel dat ze zelf verbouwden bewaren, en daar waren potten voor nodig. Deze potten werden vaak mooi versierd. Net als de jagers hadden de boeren ook een sjamaan, een wijze man of vrouw. De sjamaan verzorgde ook vaak de zieken en de gewonden. Met rituelen probeerde ze een zieke te genezen.

2 De tijd van Grieken en Romeinen /  De Oudheid

De Oude Grieken. (Tijdsduur: 14’00’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=7951409

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: De oude Grieken

Tempels van de oude Grieken. (Tijdsduur: 2’57’’)                                Huizen voor de goden.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101213_Grieken01

2500 jaar geleden is Griekenland één van de meest ontwikkelde landen van Europa. In die tijd leven in Nederland de mensen in hutjes van leem en stro, maar in het oude Griekenland worden dan al stenen tempels en paleizen gebouwd. De natuur kan in het oude Griekenland behoorlijk te keer gaan. Vulkaanuitbarstingen, stormen, aardbevingen en overstromingen komen vaak voor. De Grieken denken dit het werk van de Goden is. Voor elk natuurverschijnsel hebben ze wel een God. De Grieken zien hun goden als mensen. Ook al zijn ze onsterfelijk en hebben ze speciale krachten. De belangrijkste Goden wonen bij elkaar op de berg Olympus. De oppergod is Zeus. Hij woont hier ook. Zo’n tempel is eigenlijk een huis voor hun goden waar de mensen geschenken kunnen offeren. Ze staan op de mooiste plekken van de stad vaak bovenop een berg. Een van de belangrijkste Griekse tempels is het Parthenon. Deze tempel is gebouwd op de berg Acropolis in Athene. Hij is opgedragen aan de godin Pallas Athene. De dochter van Zeus en godin van de wijsheid, wetenschap en de schone kunsten. In de hal van de tempel staat dan haar standbeeld. De Griekse tempels worden allemaal op dezelfde manier gebouwd en versierd. Op een zuilenrij wordt een timpaan geplaatst. In deze driehoek worden beeldhouwwerken aangebracht. De Grieken zijn dol op kleur. Nu lijkt het alsof alle tempels wit zijn. De kleuren zijn er in de loop der eeuwen afgesleten.

De goden van de Oude Grieken. (Tijdsduur: 2’29’’)                   Overal bestond een god voor.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20070125_deoudegrieken01

Dit is Griekenland. Griekenland bestaat uit een groot stuk land en een heleboel kleine eilandjes. Hier begon de eerste grote beschaving in Europa. Zo'n 4000 jaar geleden. De natuur kon er goed te keer gaan. Vulkaanuitbarstingen, storm, onweer en bliksem. Dan waren de oude Grieken bang. Ze begrepen niets van deze natuurverschijnselen. Ze dachten dat die het werk waren van de goden. Ze geloofden dat er heel véél goden waren. Zeus was hun oppergod, de baas van alle andere goden.
Overal bestond wel een god voor. De Grieken stelden hun goden voor, zoals ze zelf wilden zijn. Ze leken net mensen. Maar de goden gingen nooit dood. Die bleven jong en sterk. De Grieken probeerden hun Goden te vriend te houden. Daarom bouwden ze tempels voor hen. Daar konden ze hun goden offers brengen. Zo hoopten ze dat de goden geen rampen zouden veroorzaken. De tempels stonden op de mooiste plekken van het land. Van veel tempels zien we nu nog overblijfselen. Zoals van deze tempel, gewijd aan Pallas Athene. Pallas Athene was natuurlijk de belangrijkste godin voor de mensen in de stad Athene. Speciaal voor haar werd een tempel op het hoogste plekje in de stad gebouwd. Het is nog steeds een mooi gebouw, ook al is het dak eraf. Er stond een groot beeld van de godin Pallas Athene. De Grieken waren goede bouwers. Ze bouwden hun tempels met veel zuilen of pilaren. En ze versierden ze met beelden. Aan de voorkant is een driehoek. Daarin stonden vaak óók beelden, kleurig beschilderd.

De Olympische Spelen. (Tijdsduur: 14’37’’)

Toen en nu.

 http://player.omroep.nl/?aflID=7223884

 Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: De Olympische Spelen

 De Olympische Spelen(2). (Tijdsduur: 1’45’’)                                          Bij de Oude Grieken.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20070125_deoudegrieken02

Dit is Griekenland. Griekenland bestaat uit een groot stuk land en een heleboel kleine eilandjes. Hier begon de eerste grote beschaving in Europa. Zo'n 4000 jaar geleden. De Grieken geloofden dat hun belangrijkste goden boven op een berg in het noorden van Griekenland woonden. De berg Olympus. Op het eiland Peloponnesos ligt het stadje Olympia. Daar kwamen de Grieken bij elkaar om offers te brengen aan hun goden. Ze gaven de goden geschenken. En ze kwamen daar ook bij elkaar om te sporten. Hier begonnen de eerste Olympische Spelen. Voor de Grieken was sporten heel belangrijk. Dat sporten was heel belangrijk. Dat sporten deden ze ook ter ere van de goden. Alleen Griekse mannen deden mee aan de spelen. De mannen sportten toen zonder kleren. Vrouwen mochten niet meedoen. De belangrijkste sporten waren discuswerpen, speerwerpen, hardlopen, verspringen en worstelen. De winnaar kreeg een lauwerkrans op het hoofd en soms ook geld. En heel soms werd er van de winnaar een standbeeld gemaakt. Die beelden kregen een ereplaats op de heilige grond van Olympia. Als een geschenk aan de goden.

Het Grieks theater. (Tijdsduur: 1’29’’)                                           Vliegende goden op toneel.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20070125_deoudegrieken03

Dit is Griekenland. Griekenland bestaat uit een groot stuk land en een heleboel kleine eilandjes. Hier begon de eerste grote beschaving in Europa. Zo'n 4000 jaar geleden. De Oude Grieken waren dol op toneelstukken. Ze bouwden er theaters voor. Het publiek zat in de openlucht. Op de stenen banken konden duizenden mensen zitten. De Griekse theaters hadden een cirkel in het midden. Daar speelden de acteurs. De Grieken vonden dat je van een toneelstuk veel kon leren over het leven. Meestal waren het droevige verhalen. Over erge dingen die de mensen meemaakten als ze niet luisterden naar de goden. De acteurs speelden verschillende rollen. Ze droegen maskers om te laten zien wie ze waren. De monden van die maskers waren altijd erg groot. Dat moest wel, want ook de mensen op verste banken moesten de stem van de acteur kunnen horen.
Ze speelden ook de rol van de goden. Via katrollen met touwen vlogen ze over het toneel.

Mannen en vrouwen bij de Oude Grieken. (Tijdsduur: 1’33’’)              Mannen waren de baas.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20070125_deoudegrieken04

Dit is Griekenland. Hier begon de eerste grote beschaving in Europa. Zo'n 4000 jaar geleden. In die tijd woonden de Grieken niet in één staat. Het land bestond uit een paar honderd staatjes. Die voerden voortdurend oorlog met elkaar. In het Oude Griekenland waren de mannen de baas. Vrouwen en slaven hadden niets te vertellen. De vrouw bleef altijd binnenshuis. Zij verzorgde het huishouden. Ze zorgde voor de kinderen. Vrouwen deden zelfs geen boodschappen. Dat was de taak van de man of van de slaven. Meisjes werden thuis voorbereid op hun werk in het huishouden. Daarom gingen ze niet naar school.
Jongens gingen meestal wel naar school. Ze leerden rekenen en schrijven en kregen muzieklessen. De Grieken vonden dat de mannen méér waard waren dan de vrouwen. Ze waren sterker en dapperder. De jongens trainden al op jonge leeftijd door te sporten. Ze moesten gezond en sterk zijn om later een goede soldaat te worden. Want je telde pas echt mee als je je eigen staat kon verdedigen.

In het Oude Rome. (Tijdsduur: 14’47’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=7980997

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: in het Oude Rome

Romulus en Remus. (Tijdsduur: 0’50’’)                                             Het ontstaan van Rome.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060508_hetouderome01

Dit is een maquette van Rome, zoals de stad er héél lang gelden moet hebben uitgezien. Volgens de overlevering is deze stad in 753 voor Christus ontstaan. Een wolvin vindt de babytweeling Romulus en Remus in een mandje aan de oever van de rivier de Tiber. Ze zoogt de baby's met haar eigen melk. Zo overleven Romulus en Remus. En later vindt een herder de baby's. Die voedt ze op als zijn eigen kinderen. Aan de rivier de Tiber, waar de wolvin de tweeling vond, bouwen Romulus en Remus later een stad. En die stad noemen ze Rome.

Het Romeinse Rijk. (Tijdsduur: 2’30’’)                                                 Groot, machtig en rijk.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030623_romeinen01

De Romeinen kwamen uit Rome. De keizers van Rome wilden veel macht. Daarom veroverden de Romeinen zo'n 2000 jaar geleden grote delen van Europa en Noord Afrika. De Romeinen legden wegen van steen en bruggen aan. Hierdoor konden de soldaten makkelijk over grote afstanden door het Romeinse Rijk lopen. Ook ons land werd door de Romeinen veroverd. Maar niet helemaal. De Germanen die in het noorden woonden waren te sterk. De Rijn werd de grens van het Romeinse Rijk. De Romeinse soldaten bewaakten die grens heel goed. Langs de oevers van de Rijn bouwden zij op verschillende plekken forten. Zo'n fort noemden de Romeinen een castellum. Daar woonden zo'n 500 soldaten. Het leven in een castellum bestond uit oefenen en je wapenuitrusting op orde houden. Een Romeinse soldaat droeg wollen onderkleding, een borstharnas, een helm en sandalen. Hij had een kort zwaard en een dik leren schild. Onder zijn sandalen zaten ijzeren noppen. Daar kon een soldaat honderden kilometers op lopen. Omdat het leven van een Romeinse soldaat best goed was, wilden ook veel andere mannen voor de Romeinse keizer vechten. Er zaten zelfs veel Germanen in het Romeinse leger. Een diensttijd duurde 25 jaar. Daarna kregen ze een militair diploma. Daarin stond dat ze dezelfde rechten kregen als de Romeinen en dat ze vanaf nu mochten trouwen. Ze waren dan een echte Romein geworden. Na ongeveer 200 jaar kwam er een eind aan de Romeinse tijd in ons land. Germaanse stammen drongen vanuit het Noorden het Romeinse Rijk binnen. Ze zochten nieuwe gebieden om te wonen en gingen op rooftocht. De soldaten langs de Rijn werden door de Romeinse keizer teruggeroepen om Italië te verdedigen. Maar dat lukte niet. De Germanen plunderden zelfs het eens zo machtige Rome. Met de macht van de Romeinen was het gedaan.

Alle wegen leiden naar Rome. (Tijdsduur: 1’10’’)

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060508_hetouderome02

De Romeinen hadden een enorm leger met goed getrainde soldaten. Ze veroverden het ene na het andere gebied in Europa. Ze trokken zeeën over, gingen per voet of per paard over hoge bergen en door moerassige en sompige gebieden. Zo veroverden ze veel gebieden rondom de Middellandse Zee. Ze waren heer en meester in delen van Afrika en Azië. Ze trokken naar het noorden en kwamen ook in Nederland terecht. De rivier de Rijn werd de noordgrens van hun rijk. De Romeinen legde over goed verharde wegen aan. Dat was heel bijzonder in die tijd! En die wegen waren natuurlijk heel handig voor de soldaten. Zo konden zij zich gemakkelijk verplaatsen naar iedere uithoek om het Romeinse rijk bijeen te houden en de rust te bewaren.

Romeinen in ons land. (Tijdsduur: 3’02’’)                                                    Ze brachten perziken, kippen en geld.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030623_romeinen02

De Romeinen kwamen uit Rome. De keizers van Rome wilden veel macht. Daarom veroverden de Romeinen zo'n 2000 jaar geleden grote delen van Europa en Noord-Afrika. Ook ons land werd door de Romeinen veroverd. Maar niet helemaal. De Germanen die in het noorden woonden waren te sterk. De Rijn werd de grens van het Romeinse Rijk. De Germanen en Romeinen dreven ook handel met elkaar. De Romeinen brachten veel spullen die de Germanen niet kenden. Zo namen ze vruchten mee uit Zuid - Europa, zoals perziken, vijgen en druiven. Maar ook kippen. Nieuw voor de Germanen waren ook spiegels, messen, lepels en glas. Om al die spullen te betalen gebruikten de Romeinen geld. Dat was ook nieuw voor de Germanen. Tot dan toe betaalden die elkaar door spullen te ruilen. De Romeinen gebruikten een nieuwe vinding om aardewerk te maken: de draaischijf. Op één zo'n draaischijf kon je wel 150 potten per dag draaien. Het aardewerk werd in fabrieken gebakken. De Romeinen hebben ons ook leren schrijven. Met een stylo, een soort pen, schreven ze in was. Er ontstonden nieuwe woorden in het Nederlands: kasteel van castellum, straat van via strata en nog een heleboel andere woorden. Zowel de Germanen als de Romeinen hadden goden. De Germanen eerden hun goden in de buitenlucht. De Romeinen bouwden tempels voor hun goden. Terwijl de Germanen in hutten van leem, hout en riet woonden, bouwden de Romeinen in de heuvels van Limburg villa's. Een villa was een huis zoals ze die in de omgeving van Rome bouwden, met een aparte woonkamer, eetkamer en slaapkamers. Om het huis te verwarmen legden de Romeinen de vloer op zuiltjes van steen. Daaronder verwarmden ze lucht. Vloerverwarming dus. De Romeinen kenden ook al het badhuis. Hier wasten de Romeinen zich. Er waren koud, lauw en warmwater baden. En sauna's, en je kon je er lekker laten masseren. Er waren ook toiletten in één grote ruimte. Gezellig. Na ongeveer 200 jaar kwam er een eind aan de Romeinse tijd in ons land.

Het Forum. (Tijdsduur: 0’57’’)

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060508_hetouderome03

Dit is het Forum: hèt centrale plein in Rome. En zo moet het eruit gezien hebben toen. Alle belangrijke gebouwen stonden er in de buurt. Die hadden te maken met het bestuur van het rijk en met de handel. Vlakbij het Forum waren ook tempels, gewijd aan de belangrijkste goden van de Romeinen. In dat enorme rijk hadden de keizers veel macht. De keizers werden ook als een soort goden gezien. Sommige keizers lieten voor zichzelf een triomfboog in Rome bouwen. Daarmee maakten ze veel indruk.

Water in het oude Rome. (Tijdsduur: 2’20’’)                                         Geen stromend water en wc.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060508_hetouderome04

Als ze het konden betalen, huurden de Romeinen één of twee kamertjes in een van de vele flatgebouwen in de stad. Dat waren gebouwen van soms 8 of 9 verdiepingen. Het stonk er verschrikkelijk, het was er donker en koud. Bovendien waren de flats vaak slecht gebouwd. Er was altijd gevaar voor instorting. Stromend water in huis was er niet. Dat was beneden op straat bij een bron of een fontein. De rijke Romeinen woonden in prachtige villa's. Ze hadden mooie kamers en sommige huizen hadden zelfs een binnentuin. De meeste huizen in Rome hadden geen eigen wc. De mensen gingen gewoon naar het openbaar toilet ergens in de straat. Je zat daar samen met anderen op stenen banken met gaten erin. Rome telde toen al één miljoen inwoners. Voor al die mensen was veel water nodig. Dat was water kwam van buiten de stad. Via een ingewikkeld stelsel van kanalen en waterleidingen op bogen. De aquaducten. Dit is een aquaduct: een kanaal voor het vervoeren van water. Het begint in de bergen bij een bron en voert het verse water over een grote afstand naar de stad. Van daar ging het water via loden pijpen naar fonteinen, badhuizen en openbare wc's. De meeste mensen hadden thuis geen bad of douche. Ze gingen een paar keer per week naar een van de openbare badhuizen. De thermen werden die genoemd. Er konden wel honderden mensen tegelijk in zo'n gebouw. En de thermen zagen er vaak prachtig uit. Muren en vloeren waren ingelegd met mozaïek. Naar het badhuis gaan was heel populair in Rome. Het was er gewoon heel gezellig en je kon er je vrienden ontmoeten.

3 De tijd van burchten en steden / Middeleeuwen

De Vikingen komen. (Tijdsduur: 14’00’’)

De bloei van de samenleving van de Vikingen. 

http://player.omroep.nl/?aflID=11554299

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: De Vikingen komen

De Vikingen. (Tijdsduur: 2’39’’)                                                           Avonturiers uit het noorden.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101215_vikingen01

De Vikingen wonen zo’n duizend jaar geleden in het noorden van Europa. Dat heet nu Scandinavië: Noorwegen, zweden en Denemarken. De Vikingen leven bij elkaar in verschillende stammen. Wanneer een Viking sterft, erft de oudste zoon de boerderij en het land van zijn vader. De andere zoons krijgen niets en moeten op zoek naar een eigen stuk grond. Het leven in het noorden is hard. De natuur is ruig, het klimaat koud, en in de aarde wil het graan niet erg groeien. Als er steeds meer mensen geboren worden, is er dan ook niet genoeg eten voor iedereen. Vikingen overvallen andere dorpen om aan eten te komen. Alleen de sterkste Viking kan overwinnen. De verliezer kan niks anders doen dan zich overgeven of weggaan, op zoek naar een nieuw leven. En zo verlaten hele groepen Vikingen hun land. Dat doen ze per schip. Als geen ander volk in die tijd kunnen de Vikingen schepen bouwen. Hun boten zijn snel en wendbaar. Er kan mee geroeid worden als de wind wegvalt. De schepen worden versierd met een draak als boegbeeld. Die moet de zeelui beschermen tegen de boze geesten op zee. En hij maakt tegelijkertijd eventuele vijanden bang. Om met een houten schip van hooguit 30 meter lang, de oceaan over te steken moet je een goeie zeeman zijn. Zeker als het gaat stormen. Om je koers te bepalen, zeilen de Vikingen met behulp van de zon en de sterren. Als ze denken dicht bij land te zijn, laten ze een raaf los. De vogel vliegt direct naar de kust toe. De Vikingen hoefden nu alleen de vogel te volgen. Met deze primitieve middelen blijft het een grote prestatie om je weg over de onmetelijke zee te vinden. Op zoek naar nieuw land varen de Vikingen naar het westen. Ze ontdekken het land dat we nu IJsland noemen. Een land met watervallen en geisers. De Vikingen verdelen het gebied onder elkaar. Dat gaat zo. Het stuk grond, waar je in één dag omheen kan lopen, wordt van jou. Maar na een tijd is dit land verdeeld en is er niet genoeg plek voor nieuwkomers. Dus zeilen de Vikingen verder naar het westen en ontdekken een land nog kaler en ijziger dan IJsland. Om het aantrekkelijk te maken voor de thuisblijvers noemen de Vikingen het: Groenland. Er gaan verhalen dat nog verder weg een droomland is. Een land waar geen sneeuw en ijs is, de grond vruchtbaar en eten in overvloed. En weer trekken de de Vikingen verder naar het westen. Ze komen aan bij de kust van Canada. Er zijn bossen, en vis, de aarde is vruchtbaar en het is er niet zo koud. Het droomland lijkt gevonden. De Vikingen bouwen hier dorpen. Maar lang blijven ze er niet. Er woont namelijk al een volk. De Indianen. Na een periode van vrede breekt er tussen hen oorlog uit. De Vikingen moeten vluchten en komen niet meer terug. De Vikingen hebben zo bijna de hele wereld overgevaren. Via het westen maar ook naar het oosten tot diep in Rusland. En naar het zuiden via de Middellandse zee tot aan Turkije.

De tochten van de Vikingen. (Tijdsduur: 2’34’’)                                               Noormannen in West-Europa.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101215_vikingen02

De Vikingen wonen zo’n duizend jaar geleden in het noorden van Europa. Dat heet nu Scandinavië: Noorwegen, zweden en Denemarken. De Vikingen leven bij elkaar in verschillende stammen. Wanneer een Viking sterft, erft de oudste zoon de boerderij en het land van zijn vader. De andere zoons krijgen niets en moeten op zoek naar een eigen stuk grond. Het leven in het noorden is hard. De natuur is ruig, het klimaat koud, en in de aarde wil het graan niet erg groeien. Als er steeds meer mensen geboren worden, is er dan ook niet genoeg eten voor iedereen. Vikingen overvallen andere dorpen om aan eten te komen. Alleen de sterkste Viking kan overwinnen. De verliezer kan niks anders doen dan zich overgeven of weggaan, op zoek naar een nieuw leven. En zo verlaten hele groepen Vikingen hun land. Met hun snelle schepen varen ze richting zuiden naar Engeland, naar Nederland, naar Frankrijk. De Vikingen zijn geweldige vechters. Voor niets of niemand bang. Oefenen in het gevecht doen ze al als de mannen nog jongens zijn. Dat vechten is belangrijk, natuurlijk om je vijand te kunnen overwinnen. Maar ook als je verliest en sterft in de strijd. Dan ga je naar de hemel. Daar wacht een eeuwig leven vol feesten en gevechten. De Vikingen geloven in een wereld vol goden, zoals Wodan, de oppergod en god van de oorlog. En Thor, god van donder en bliksem, en godin van de vruchtbaarheid, Freya. Als de Vikingen aan land gaan, krijgen ze maar weinig tegenstand. Als de bewoners zich al verzetten maken ze meestal geen schijn van kans. De Vikingen nemen alles van waarde mee. Dan vertrekken ze weer. Soms blijven ook ze in de gebieden die ze veroverd hebben. En ze nemen de gewoonten en gebruiken over van de volken die ze hebben overwonnen. Sommige Vikingen nemen ook hun godsdienst over en worden christen. Als de Vikingen weer terugkeren naar het noorden bouwen ze daar kerken om hun nieuwe God te eren. Veel van wat we nu weten over de Vikingen is beschreven in de sagen. Er staan gedichten in, verhalen. Ze vertellen ons wat de Vikingen dachten, en wat ze belangrijk vonden in het leven.  

De eerste steden. (Tijdsduur: 1’19’’)                                                                                  Ontstaan van middeleeuwse steden.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_middeleeuwsestad01

In de Middeleeuwen zag Nederland er ongeveer zo uit. Er waren maar weinig steden zoals Utrecht, Tiel, Nijmegen, Zutphen, Deventer en Groningen. Maar rond het jaar 1000 begon dat te veranderen, er kwamen veel steden bij. Dat kwam door de handel, daar ging het steeds beter mee. Kooplieden verkochten overal hun spullen op markten. De kooplieden maakten vaak lange reizen. Gevaarlijke reizen, want er lagen voortdurend rovers op de loer, die hun waardevolle spullen wilden stelen.
Als ze niet op reis waren, woonden de kooplieden met hun spullen het liefst op een veilige plaats. Bijvoorbeeld bij een kasteel of een kerk. En juist daar op die plaatsen ontstonden ook nieuwe steden. Bij een kasteel, vooral als die bij een rivier stond. Of een stad ontstond op een kruising van wegen. Of waar een weg de rivier kruist.Op zulke plaatsen werd het steeds drukker. Mensen ontmoeten elkaar om spullen te kopen en te verkopen. Er kwamen markten. Mensen gingen er wonen en werken. Er ontstond een dorp en dat dorp groeide vaak uit tot een stad. Zoals Zutphen.

Houten huizen. (Tijdsduur: 1’20’’)                                                              Dicht op elkaar.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_middeleeuwsestad04

In de Middeleeuwen, zo rond het jaar 1000, zijn de eerste steden in Nederland ontstaan. Zoals Zutphen. De steden waren omringd door stevige stadsmuren. Een middeleeuwse stad binnen de stadsmuren zag er natuurlijk heel anders uit dan nu. Hier zien we een huis, dat er precies zo uit ziet als in de Middeleeuwen. Met luiken en ramen van glas in lood. De meeste huizen in de Middeleeuwen waren van hout. En als er dan ergens brand uitbrak, dan was de kans groot dat die oversloeg naar de andere huizen. Dat gebeurde regelmatig. Daarom werden de huizen later van steen gebouwd. Die vlogen niet zo gauw in brand. De straten in een middeleeuwse stad waren erg smal. De mensen woonden dicht op elkaar. Dat is geen wonder, want nieuwe huizen bouwen kon alleen binnen de stadsmuren. In die nauwe straatjes hadden de arme mensen ook hun werkplaats. De timmerman kon je dus zo aan het werk zien. Als je in de Middeleeuwen op straat liep, moest je, en vooral 's ochtends vroeg, heel goed opletten, beter niet te dicht langs de huizen lopen want het gebeurde vaak genoeg dat iemand net een po leegde, als je langs liep... Lekker fris!

Veilig wonen in de Middeleeuwen. (Tijdsduur: 1’15’’)                        Stadsmuren, poorten en wachters.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_middeleeuwsestad03

De bewoners van een middeleeuwse stad moesten zich beschermen tegen vijanden. Daarom bouwden ze rondom de hele stad stevige stenen stadsmuren. Zoals hier in Zutphen. Op deze plek, waar vroeger de IJssel vlak langs stroomde, kun je nog een stukje van de stadsmuur van Zutphen zien.
In de middeleeuwen was de stad omringd met stadsmuren. En in die muren zaten heel wat torens. Via poorten konden de mensen de stad in- en uitgaan. 's Avonds werden de poorten met grote deuren en extra hekken gesloten. Burgers hielden hierboven de wacht.
Zutphen heeft nog meer poorten uit de middeleeuwen. Dit is de Berkelpoort. Die ligt over de rivier de Berkel. Schepen kwamen hier de stad binnen. In deze poort zaten enorme valhekken. Als ze die valhekken naar beneden lieten kon niemand meer de stad binnen komen via de rivier. Verder zie je ook schietgaten in de poort. Vandaar uit schoten de burgers met pijl en boog op de vijand. Die grote gaten noemen we moordgaten. Daaruit gooiden ze kokende olie of stenen op de vijand. Zo konden ze hun stad goed beschermen.

Stadsrechten. (Tijdsduur: 1’49’’)                                                                                              Regels en wetten van een stad.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_middeleeuwsestad02

In de Middeleeuwen waren er nog maar weinig steden in Nederland. Rond het jaar 1000 kwam daar verandering in. Rond een kasteel, een kruispunt met wegen of rivieren daar gingen mensen wonen en werken. Op die plaatsen werden markten gehouden. Er ontstonden dorpen. En deze dorpen groeiden vaak uit tot een stad. Zoals Zutphen. Daar woonden veel kooplieden. De kooplui die in deze dorpen woonden wilden namelijk dat er regels en wetten kwamen. Bijvoorbeeld over de betaling van spullen: Wat als er iemand niet betaalde. Ook wilden ze hun eigen bestuurders en ze wilden het recht om week- en jaarmarkten te organiseren. En dus vroegen ze de kasteelheer of de bisschop of ze hun eigen wetten daarvoor mochten maken. En als hij dat goed vond, kreeg het dorp stadsrechten. In ruil daarvoor moesten de kooplieden belasting betalen aan de eigenaar van de grond.Die rechten van de nieuwe stad stonden allemaal in een grote brief. In het stadsarchief van Zutphen hebben ze die brief nog. Die is wel achthonderd jaar oud. De brief is van perkament en daardoor is hij zo goed bewaard gebleven. Dit zegel is een soort handtekening van de landheer, van graaf Otto van Gelre en Zutphen. In de stadsrechten van Zutphen stond ook dat de kooplieden iedere donderdagochtend een markt mochten organiseren, rondom de burcht van de graaf. En die is er nog steeds, op dezelfde dag, op dezelfde plek, bijna achthonderd jaar later.

Kooplieden in de Middeleeuwen. (Tijdsduur: 2’26’’)                                            Opkomst van de handel.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_middeleeuwen04

In de Middeleeuwen werden de steden steeds groter en rijker. De mensen in die steden hadden het geld om spullen te kopen, en dat maakte de handel in goederen steeds belangrijker. Boten en karren vervoerden goederen over lange afstanden. Omdat de techniek nog niet zo goed was en de wegen slecht en gevaarlijk, kon het wel weken duren voor de spullen aankwamen. Als ze al aankwamen... De goederen werden eerst opgeslagen in de kelders bij de koopman thuis. Dit bijvoorbeeld is het pakhuis van een handelaar in Duitsland, van rond 1500. In een donkere kelder hield de assistent van de koopman de voorraden bij, en controleerde de spullen die binnenkwamen en weer weggingen. De assistent moest goed kunnen rekenen en schrijven - iets wat lang niet iedereen kon in die tijd. De assistent moest dat kunnen om de boekhouding te kunnen doen, en om uit te rekenen wat de winsten en verliezen waren. Alleen als je dát kon, had je kans op succes. Maar het succes van de handel hing vooral af van de kennis van de koopman. Híj moest weten wat de verschillende munten waard waren - veel steden hadden namelijk een eigen munt. Óf hij moest die waarde kunnen berekenen of inschatten aan de hand van het gewicht van de munten. Om beter en sneller te zijn dan zijn collega's, moest de koopman álles van de handel weten, in binnen- en buitenland. In het middeleeuwse pakhuis kwamen continu nieuwtjes binnen, en werden de zakelijke afspraken voor het eerst in de geschiedenis op papier gezet.

Ambachtslieden. (Tijdsduur: 2’57’’)                                                              Trots op hun werk.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_middeleeuwen03

Toen God de mensen uit het paradijs verdreef, strafte hij ze met werk. Zo staat dat in de bijbel. ' Vervloekt is de akker om wat je hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van zijn gewassen leven. Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen.'Eeuwenlang was het zo dat werken 'ploeteren' betekende. Boeren en hun knechten moesten zwoegen op het land om een goede oogst te krijgen. Want een goede oogst betekende genoeg te eten voor henzelf en hun gezin. Werk was vooral 'zweten' in die tijd en niet iets om trots op te zijn. Later, toen de mensen niet alleen op het platteland woonden maar ook in steden, gingen de mensen anders naar werk kijken. Werk werd iets om trots op te zijn. Het harde werken zorgde immers voor de bloei van de steden. Ambachtslieden en handelaren waren niet in dienst van hoge heren, maar waren vrije mensen. Het geld dat ze verdienden mochten ze zelf houden. Het was genoeg voor henzelf en hun families. Ze hadden het goed. In de steden maakten de ambachtslieden steeds vaker één soort product, dat goed verkocht. Ze waren bijvoorbeeld houtbewerkers, of zilversmeden. De mensen met hetzelfde beroep vormden een gilde, een soort vakbond waar je ook kon leren. Als je bij een gilde was, had je betere kansen en kreeg je veel meer respect. De ambachtslieden ontdekten in de middeleeuwen allerlei nieuwe technieken, gereedschappen en machines. Zoals bijvoorbeeld deze draad-trekmachine. Om binnen een gilde carrière te maken, moest je heel goed werk leveren. Om te leren hoe dat moest, zat je als beginneling in de leerbij een meester, en moest je als examen een 'meesterstuk' maken. Pas als je geslaagd was voor je meesterstuk, mocht je een eigen werkplaats oprichten.

Bij de mensen thuis. (Tijdsduur: 3’43’’)                                                             Alles in één ruimte.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_middeleeuwen06

In de Middeleeuwen leefde je als familie in één ruimte. In die ruimte werd gewerkt én geslapen en gekookt, want een andere ruimte was er gewoon niet. In een van de hoeken van de kamer werd het eten klaargemaakt. Het was een soort open keuken met een vuurtje. De rook trok langs de muren en door de opslagruimten naar buiten. Het graan in die opslagruimte bleef goed bewaard door de rook. Het vuur in de keuken was het enige dat de mensen hadden om zich aan te warmen. Dat was vooral in de herfst en de winter een probleem. Maar behalve dat het steenkoud was in huis, was het er ook heel donker. De mensen konden nauwelijks iets zien, en deden dan ook heel lang over hun werk. Bij ambachtslieden thuis stond er meestal een simpele maaltijd op tafel. Vaak was dat havermoutpap. En heel soms: vlees en groente. Serviesgoed hadden de meesten niet. Alleen wat basisspullen voor in de huishouding: een paar aardewerken potten en wat houten borden en lepels. Meestal aten ze gewoon met hun handen. De man stond aan het hoofd van de familie en van het huishouden. Hij moest zorgen dat de rust in het huis bewaard bleef. De familie was erg belangrijk in de middeleeuwen. Je had alleen hen om op terug te vallen als je problemen had. Als familie werkte je samen en at je ook samen. De rijkere stadsmensen hadden behalve een woonruimte ook een boudoir. Dat was een grote stenen kamer met een open haard erin. Dat maakte het leven in de winter een stuk prettiger. Vooral adellijke vrouwen hadden zo'n lekker warm boudoir. Bij het licht van een kaars zaten ze daar vaak wat te handwerken, of te lezen.

Het ontstaan van kastelen. (Tijdsduur: 2’02’’)                                    Dikke muren, kleine vensters, een slotgracht en een ophaalbrug.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20031127_riddersenkastelen01

In de Middeleeuwen, ongeveer duizend jaar geleden, werden kastelen gebouwd. Het was een onrustige tijd. De mensen voelden zich niet echt veilig. Er was niet één machtige koning die alleen heerste. Er waren allemaal kleine heersers. Die vochten veel tegen elkaar om de machtigste te worden. Daarom bouwden zij sterke forten om zich te verdedigen. De eerste kastelen waren van hout. Ze bestonden uit een houten toren met daaromheen een wal van aarde en een gracht. Bovenop die wal stond meestal een hek van houten palen met scherpe punten. Later kwamen er kastelen van steen. Die konden niet zo makkelijk in brand vliegen en ze waren veel sterker dan hout. Ze hadden dikke muren, kleine, smalle vensters, een slotgracht en een ophaalbrug. Die kon omhoog gehaald worden wanneer er gevaar dreigde. Dan kon niemand meer het kasteel binnen. Zo'n kasteel werd gebouwd op een heuvel of bij een brede rivier. Dan was het voor de vijand extra moeilijk om het kasteel te veroveren. Het voedsel voor de kasteelbewoners kwam van de boeren uit de omgeving. Die kregen in ruil daarvoor bescherming van de kasteelheer. Als de vijand er aan kwam, konden de boeren vluchten binnen de muren van het kasteel. Na de uitvinding van het buskruit waren de kastelen niet zo veilig meer. Een kanon kon de dikke muren wèl beschadigen of vernielen. Daarom werden ze sinds die tijd niet meer gebruikt als fort, maar meer als woonhuis.

Leven in een kasteel. (Tijdsduur: 2’02’’)                                                                 Als in een sprookje?.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20031127_riddersenkastelen03

In de Middeleeuwen werden kastelen gebouwd ter verdediging. Want het was een onrustige tijd. Vaak werd er flink gevochten om zo'n kasteel. Als er niet gevochten werd, ging het leven op het kasteel er meestal rustig aan toe. Er werd gewoond, geleefd, plezier gemaakt. In de woonkamer van het kasteel was een lekkere openhaard. Hier konden de kasteelbewoners zich warmen. Dat was hard nodig, want de zon kon niet in het kasteel schijnen. Daar waren de vensters te smal voor. En er was geen glas in de vensters die de wind kon tegenhouden. De vrouwen handwerkten, de kinderen van het kasteel deden in de kamer spelletjes. De ridder praatte met vrienden.

Het kasteel. (Tijdsduur: 5’47’’)                                                                                                      Overal op voorbereid.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_middeleeuwen08

In een middeleeuws kasteel was de binnenplaats een hele belangrijke plek. Het was de plaats waar het voedsel was opgeslagen. Ook werden er paarden werden gehouden, geiten, schapen, kippen en duiven. Een aantal bediendes gaf de dieren dagelijks te eten en hield de stallen schoon. Het was in een kasteel heel belangrijk om dieren te houden en veel eten op te slaan. Kasteelbewoners konden namelijk vaak lange tijd niet naar buiten. Dan lag de vijand weer eens op de loer en moesten de poorten dicht blijven. Omdat de muren te hoog en te dik waren om te bestormen, wachtte de vijand gewoon totdat de kasteelheren honger zouden krijgen en zelf naar buiten zouden komen. Hoe meer eten er dus was in het kasteel, hoe langer de kasteelbewoners het konden uithouden. Om tijdens zo'n beleg wapens te kunnen maken, hadden veel kasteelheren hun eigen wapensmederij. Hier werden nieuwe wapens gemaakt en oude gerepareerd. Het was ook belangrijk om in een kasteel genoeg water te hebben. Een waterleiding zoals wij hebben bestond nog niet. Ze leefden vooral van regenwater dat - via gootjes - werd opgevangen in een waterreservoir. Ze vulden ook houten vaten met regenwater. Om vissen in te houden. De belangrijkste plek in een kasteel was wel de keuken. Het eten dat hier iedere dag werd klaargemaakt was vrij simpel. De meeste ridders leefden niet zo luxe en aten hetzelfde als de boeren: linzensoep vaak, of gierstbouillon met brood en wijn. Vlees of vis aten ze alleen bij speciale gelegenheden, bijvoorbeeld als de kasteelheer net terug was van een toernooi of een oorlog. Om het eten lekker te kunnen maken, was er in ieder kasteel een kruidentuin. In die tuin stonden ook kruiden die gebruikt werden als medicijn. De tuin was een soort kasteelapotheek. In de keuken werd niet alleen gekookt. Omdat het er lekker warm was, gingen de mensen hier ook in bad. De boeren die om het kasteel heen woonden, kwamen een paar keer per jaar naar de kasteelheer om gewassen van hun land te brengen. Hoeveel ze brachten, hing af van de grootte van hun akker. En of ze in dienst waren van de kasteelheer of niet. De rentmeester van het kasteel hield goed bij wat de boeren kwamen brengen. Of het nou kippen waren of graan, hij schreef alles op kleine briefjes en plakte die in zijn opbrengstenboek.

Een aanval op een kasteel. (Tijdsduur: 1’56’’)                                                Klinkt spannend... maar hoe ging dat eigenlijk?

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20031127_riddersenkastelen02

In de Middeleeuwen was het heel onrustig. De mensen voelden zich niet veilig. Daarom bouwden ze zo sterk mogelijke forten die een vijand moeilijk kon innemen. Toch werd dat wel eens geprobeerd. Zo'n aanval begon vaak met het omsingelen van het kasteel. Elke doorgang werd afgesloten. De kasteelbewoners konden geen kant meer op. Met een stormram, een grote houten paal, beukten de aanvallers de buitenste poort open. Met lange ladders probeerden ze over de kasteelmuren te klimmen. Vanuit het kasteel gooiden de kasteelbewoners emmers met kokend hete olie en pek naar beneden. Boogschutters schoten pijlen af op de aanvallers. De slingerkatapult van de aanvallers slingerde grote zware stenen ver weg. Tegen de kasteelmuur aan om een gat te slaan . Daar kon geen pijl tegenop.Als het niet lukte om het kasteel in te nemen via zo%u2019n stormaanval, dan trok de vijand zich terug. Óf de vijand ging over tot een uithongeringsbeleg. Het kasteel werd totaal omsingeld. Als de aanvallers het maar lang genoeg vol hielden, raakten het voedsel en het drinkwater in het kasteel wel op. En dan moesten de kasteelbewoners zich wel overgeven.

Een slingerblijde. (Tijdsduur: 3’07’’)                                                                       Een middeleeuwse katapult.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_trebuchet01

Ik ben Johannes Post. Samen met een groep vrienden heb ik deze slingerblijde gemaakt. Het is een middeleeuws schietwerktuig, een katapult, waarmee ze in die tijd kastelen en steden belegerden. Edelen woonden in kastelen en ze kregen ook wel eens ruzie met elkaar en dan werden die kastelen werden belegerd. En om zo’n kastelen te belegeren gebruikten ze allerlei wapentuig bijvoorbeeld zo’n soort katapult, een slingerblijde, bijvoorbeeld om zware stenen tegen de muren aan te slingeren om zo een gat in de muur te maken en dan konden ze naar binnen. Dit is dus onze katapult. We hebben dit ding gebouwd met een groep vrienden. Het was een soort jongensdroom van ons. We zijn op een gegeven moment op internet aan het zoeken geweest hoe je zo’n ding bouwt. Zoeken over de middeleeuwen en dingen en daar hebben we op een gegevenmoment een bouwtekening gevonden en toen zijn we gaan bouwen. We hebben een essenhouten schietarm. Dat essenhouten ja dat is vergelijkbaar met hamerstelen en bijlen heel veerkrachtig hout en daarmee kun je dus een zwaar projectiel een heel eind wegschieten. I zal eens even laten zien hoe dat werkt. Dit is dus onze katapult in het klein. We hebben een projectiel, bijvoorbeeld een blokje hout, dat stoppen we hier in het buideltje en dan gaan we hem spannen. Dan wordt hij hier vergrendeld en op het moment van loslaten trekken we aan de pin, het gewicht valt naar beneden en het projectiel suist door de lucht. Okay mannen, dan nu het echte werk! We gaan schieten! Daar gaat ie!!! Oooo!!! Jaaa!!!! Wow!! Òhòò! Wow!!! Geweldig!!! 249, 250, 251… nou die kogel die kan wel eens 400 meter ver weg liggen… 252, 253… 287, 88, 289... 390, 391, 392, 393…uhhh!!!!

Een vestingstad. (Tijdsduur: 1’17’’)                                                                            Met aarden wallen, dikke muren en grachten.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040615_vesting01

In de Middeleeuwen beschermden de steden zich door hoge stenen muren met uitkijktorens en poorten rondom de hele stad te bouwen. Om het de vijand extra moeilijk te maken, lag er meestal nog water voor de muur. Door de poorten gingen de stadsbewoners de stad in en uit. 's Avonds werden de poorten met enorme deuren en hekken gesloten. Burgers hielden boven op de muur de wacht. Door de uitvinding van het buskruit moesten de steden zich op een andere manier gaan verdedigen. De middeleeuwse stadsmuur met toren en gracht kon onmogelijk ijzeren kogels tegenhouden. Maar een aarden wal kon een kogel wèl tegenhouden. In plaats van hoge muren, bouwden de steden nu wallen van aarde. Aan de voet van die wallen werden weer muren gebouwd om het wegglijden van de aarde te voorkomen. En daar kwam nog weer een gracht voor. De stad werd een complete vesting.

Een middeleeuwse stad. (Tijdsduur: 2’03’’)                                       Het stadje Carcassonne in zuiden van Frankrijk.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20070618_carcassonne01

Carcassonne ligt in het zuiden van Frankrijk. Hoog op een heuvel. Carcassonne is het mooiste voorbeeld van een middeleeuwse stad in Europa. De huizen en gebouwen staan er nog net zo bij als vroeger. In de middeleeuwen vielen vijandige legers en rovers de stad vaak aan. Om de stad daartegen te beschermen, bouwden de mensen er zware muren om heen. Vanaf de hoge torens konden stadswachters de hele omgeving in de gaten houden. En aanvallers op tijd ontdekken. In de muren zaten schietgaten. De verdedigers konden van hieruit met pijlen op de aanvallers schieten. Dat deden ze ook vanuit deze houten overkappingen. Ze gooiden stenen, kokend water of gloeiend hete olie op de aanvallers. De meeste huizen in een Middeleeuwse stad stonden dicht op elkaar. Ze waren gebouwd van leem en hout. Dat was eigenlijk heel gevaarlijk. Want bij brand kon het vuur dan heel snel om zich heen grijpen en een hele stad in de as leggen. In de middeleeuwen was iedereen gelovig. Alle mensen gingen naar de kerk. Elke dag. Ook in Carcassonne. De kerk was het grootste en belangrijkste gebouw en stond midden in de stad. De mensen uit de middeleeuwen moesten meebetalen om hem zo mooi mogelijk te maken. Daar waren ze trots op.

Ridders. (Tijdsduur: 2’04’’)                                                                                        In dienst van een heer.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050614_middeleeuwen07

Een prachtig gebied ergens in Europa - zo'n 500 jaar geleden. Een ridder rijdt op zijn gemak door het bos. Hij heeft net een toernooi gehad en is op weg naar huis, naar zijn kasteel. Ridders waren stríjders in de Middeleeuwen. Soldaten eigenlijk. Maar het bijzondere van ridders was dat ze niet op de grond vochten, maar vanaf de rug van een paard. Met een zwaard. Hun speciale wapenuitrusting kostte erg veel geld. En om dat geld te verdienen, boden ridders zich aan bij graven en prinsen, en vochten mee in hun legers. In ruil voor dat meevechten konden de ridders geld lenen van hun heer. Van dit geld kochten ze een groot stuk land, en dat lieten ze bewerken door boeren. De boeren die op het land van een ridder werkten, moesten een deel van hun oogst - of van hun kudde dieren - aan de ridder geven. In ruil voor die spullen beloofden de ridders dat ze de boeren zouden beschermen. En die bescherming konden de boeren wel gebruiken. Want op het platteland werden de mensen heel vaak aangevallen. De ridder zelf liep ook gevaar. En om zichzelf en de boeren tegen de vijand te beschermen, bouwde hij een geweldig groot en stevig huis: een kasteel.

De Kruistochten. (Tijdsduur: 14’00’’)

God wil het!

 

http://player.omroep.nl/?aflID=8213037

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: De Kruistochten

Kloosters in de Middeleeuwen. (Tijdsduur: 1’03’’)                                               Het leven in een klooster.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20030623_klooster01

Een van de eerste monniken die een klooster bouwden was Benedictus. Hij vond dat de mensen in zijn tijd niet goed leefden. Ze dachten alleen maar aan zichzelf en niet aan God. Daarom verliet hij de stad om samen met een aantal andere mannen het eerste grote klooster te bouwen, boven op een berg. Daar vonden ze de rust die nodig was om op zoek te gaan naar God. De monniken werkten op het land, verbouwden groente en tarwe voor het brood en zorgden voor de zieken en de armen. Een belangrijke taak van de monniken in de middeleeuwen was het overschrijven van teksten uit de bijbel. In die tijd konden alleen de monniken lezen en schrijven. En de techniek om boeken te drukken bestond nog niet. Een monnik moest het doen met een ganzenveer en inkt. Het schrijven deed hij in het scriptorium. Met één boek kon hij wel twee jaar bezig zijn. Het was dus echt monnikenwerk.

De zwarte dood. (Tijdsduur: 2’41’’)                                                                        De pest raast door Europa.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101215_zwartedood01

Bijna zevenhonderd jaar geleden breekt er een besmettelijke ziekte uit, die de mensen de Zwarte dood noemen. Als iemand ziek wordt krijgt hij hoge koorts en hoofdpijn. Hij rilt over zijn hele lijf. Dan krijgt hij dikke builen op zijn lijf en onderhuidse bloedingen die overgaan in zwarte vlekken. Het teken dat de zwarte dood nu snel zal toeslaan. De zieke is er erg aan toe en sterft binnen een paar dagen. Er is niets tegen te doen. Wat de mensen in die tijd nog niet weten is dat de zwarte dood, die we tegenwoordig de pest noemen, door een bacterie wordt overgebracht. Die bacterie is afkomstig van een vlo. Een vlo die het bloed van een besmette rat heeft opgezogen. Als je door zo’n vlo gebeten wordt kan je zelf ook besmet raken en de pest krijgen, want zo heet de ziekte tegenwoordig.. Ratten zie je overal in die tijd: op straat en in huis. Ze komen op het voedsel van de mensen af. De pestbacterie komt helemaal uit China. Daar komen ook de besmette ratten en vlooien vandaan. Ze reizen mee met handelaren en handelsschepen die naar Europa gaan. De zeelui zijn ook aan de ratten gewend, die zijn er altijd. Maar ze weten niet dat de ratten dit keer iets vreselijks meedragen. Als de schepen dichtbij huis zijn, zijn de meeste mannen gebeten door de rattenvlooien en al ziek. Ze gaan hoestend en proestend de wal op samen met de ratten. Nu kunnen de rattenvlooien ook andere mensen op de wal besmetten. De ziekte verspreidt zich onmerkbaar. Een handdruk is voldoende om de vlooien over te laten springen. Zo raast de ziekte vanuit Sicilië naar het vaste land, over Zuid Europa richting het noorden. Binnen een paar jaar heeft de ziekte heel Europa overspoeld. Maar dan, net zo snel als de zwarte dood is gekomen, zo is het ineens voorbij. Miljoenen mensen zijn gestorven. Pas in1894 ziet een bioloog voor het eerst de gevreesde pestbacterie door zijn microscoop. Wetenschappers komen erachter dat de rattenvlo de ziekte overdraagt. Met de uitvinding van antibiotica kan de pestinfectie makkelijk bestreden worden. In onze tijd heeft de pest dan ook geen kans meer.

De zwarte dood. (Tijdsduur: 14’00’’)

De plaag van de pest.

 http://player.omroep.nl/?aflID=11633373

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: De zwarte dood

4 De tijd van vorsten en ontdekkingen / De nieuwe tijd

Columbus, de ontdekkingsreiziger. (Tijdsduur: 4’11’’)                            Geen Indië, maar Amerika.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101213_Columbus03

Koningin Isabella en koning Ferdinand van Spanje zijn in de 15de eeuw misschien wel de machtigste vorsten van de wereld. Ze zijn rijk geworden van veroveringen van landen en de handel in verre oorden. Kostbare zijde, edelstenen, goud en specerijen halen ze overal vandaan, maar vooral uit Indië. Meestal gebeurt dat over land, via klein Azië naar Indië. Maar dat verandert als Turkse vorsten daar een stokje voor steken. Ze laten de Spaanse handelsreizigers niet altijd meer toe. De handel komt bijna stil te liggen. Spanje moet nieuwe handelswegen naar Azië vinden... niet via land, maar via zee. De Italiaanse zeevaarder Christoffer Columbus krijgt deze opdracht. Hij heeft een idee. Hij wil Azie via het Westen proberen te bereiken. En dat heeft nog nooit iemand aangedurfd. Columbus is vol goede moed. Hij heeft koningin Isabella beloofd in 6 weken Indie te kunnen bereiken. Maar de reis verloopt moeizaam. Hoewel ze de wind in de zeilen hebben is de bemanning gespannen. De schepen varen door onbekende wateren en misschien wel richting het einde van de wereld.... En dan…., Columbus en zijn mannen turen over de oceanen. Ze zien vogels Columbus geeft het bevel de koers te wijzigen en de vogels te volgen..... …..en na een paar uur is het zo ver..... ‘’land in zicht’’ Na een lange reis van 2 maanden wordt zijn geduld dan eindelijk beloond.... Columbus weet het zeker. Hij heeft een eiland aan de kust van Indië bereikt. Hij heeft het gehaald, Indië via het westen. De drie schepen gaan voor anker en een aantal mannen roeit voorzichtig richting de kust. Columbus is opgelucht. Sinds hij uit Europa is vertrokken heeft hij een lange reis afgelegd. Een reis waar geen eind aan leek te komen.... maar nu staat hij aan land. Hij is op één van de eilanden bij Indië aangekomen. Tenminste dat denkt hij, want wat hij niet weet is dat hij bij een heel nieuw continent is aangekomen….. Amerika . En Indie ligt nog een oceaan verder naar het Westen. Columbus heeft Indie nooit bereikt, maar veel belangrijker… hij heeft Amerika ontdekt.

Ontdekkingsreiziger Columbus. (Tijdsduur: 1’47’’)                                    Een nieuwe zeeweg naar Azië.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040130_columbus01

Al eeuwenlang dreven kooplieden uit Frankrijk, Spanje en andere Europese landen handel met het Verre Oosten. Edelstenen, zijde, tapijten en specerijen,zoals peper, kaneel en kruidnagel werden met kamelen direct uit Azië gehaald of gekocht bij Arabische tussenhandelaren.
Toen de Turken in 1453 Constantinopel veroverden, ontstond er een groot probleem. De Turken verboden de handel van de Europeanen. De toegang tot de Zwarte Zee werd hen geweigerd, en daar begonnen de landkaravanen naar Azië. Er zat niets anders op, de Europeanen moesten op een andere manier Azië bereiken: over zee.
In Portugal ontstond het idee om via een zuidelijke route naar Indië te varen. Maar Columbus wilde een andere route proberen. De aarde is niet zo groot en hij is rond, dus als ik nu via de Atlantische Oceaan naar het westen vaar moet ik ook in het oosten, dus in Azië, uitkomen. Zo'n reis kost veel geld. Columbus ging daarom met zijn plan naar de Portugese koning. Die geloofde niet zo in het plan. De Spaanse koning Ferdinand en koningin Isabella wel. Columbus kreeg geld voor schepen en bemanning en in augustus 1492 kon zijn reis beginnen.

 Columbus op reis. (Tijdsduur: 2’41’’)                                                    Augustus 1492.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040130_columbus02

Al eeuwenlang dreven Europese kooplieden handel met het Verre Oosten. Met karavanen van paarden, wagens en kamelen. Rond 1450 gingen ze op zoek naar een route over zee. Columbus zocht een nieuwe route over de Atlantische Oceaan. In augustus 1492 begon zijn reis. Columbus ging op weg met drie schepen: de Nina, de Pinta, en de Santa Maria.
Hoe lang de reis zou duren, dat wisten Columbus en zijn bemanning niet. Daarom moest er veel voedsel mee aan boord. Iedere dag schreef Columbus in zijn scheepsjournaal. Dat is een soort dagboek waar hij de windrichting, de vaarrichting en de per dag afgelegde afstand in opschreef. Op deze manier kon hij de route goed onthouden. Op 12 oktober 1492 zag Columbus land. Dit is Indië, dacht Columbus. Ik heb een nieuwe weg naar Indië ontdekt.
Columbus ging aan wal. Hij gaf het eiland een naam: San Salvador. Dat betekent Heilige Verlosser. In maart 1493 keerde Columbus terug in Spanje. Hij werd enthousiast onthaald door koning Ferdinand en koningin Isabella. Ze waren blij met de nieuwe route naar Indië. Nu konden ze direct handel drijven met het Verre Oosten. Columbus maakte hierna nog veel meer reizen, tot hij in 1506 stierf. Hij heeft zijn hele leven gedacht dat hij een nieuwe route naar Indië had gevonden. Maar wij weten dat hij een nieuw continent had ontdekt, namelijk Amerika!

 5 De tijd van de volkeren / De nieuwste tijd

Koning Willem I verliest België. (Tijdsduur: 14’00’’)

 http://player.omroep.nl/?aflID=9069468

 

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: Koning Willem I verliest België

 Het verlies van België. (Tijdsduur: 1’54’’)                                                                                 Koning Willem I verliest een deel van zijn koninkrijk.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_willem02

In 1813 is Willem I koning geworden van Nederland. België hoort in die tijd ook bij ons land. En Brussel is de hoofdstad. In het zuiden van het nieuwe en grote Nederland zijn de burgers ontevreden. Ze vinden dat de koning het noorden voortrekt. In Brussel breken rellen uit. De Belgen willen een eigen staat met een eigen koning. En ze vormen al een voorlopige regering.
Engeland, de Duitse landen en Frankrijk vinden dat Willem het zuiden van Nederland moet opgeven. Maar de koning is koppig. Hij wil vechten voor zijn koninkrijk. In 1831 trekt een groot Nederlands leger op naar de opstandelingen in het zuiden. De 10-daagse veldtocht. De opstandelingen worden verslagen. Maar dan stuurt Frankrijk een leger om de opstandige Belgen te helpen. Daar kan het Nederlandse leger niet tegenop. Willem I verliest de strijd. België wordt een onafhankelijk land, met een eigen koning. Maar koning Willem I weigert dat te accepteren. Dat doet hij pas acht jaar later. Het Nederlandse volk begrijpt hem dan niet meer. Ze vinden het helemaal raar dat hij wil trouwen met deze Belgische gravin. En dat terwijl hij jaren lang ruzie heeft met de Belgen! Willem I moet aftreden, vinden de Nederlanders. In 1840 doet hij afstand van de troon. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Willem II.

Vóór de industriële revolutie. (Tijdsduur: 3’25’’)                                         Niets gaat vanzelf.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071107_indusrevu01

Een paar eeuwen geleden zijn er nog geen fabrieken, geen machines en al helemaal geen computers. Als je iets nodig hebt, dan moet je het zelf maken. Of het laten doen door een vakman. Alles wordt met de hand gemaakt. Met behulp van eenvoudig gereedschap. Wij zouden nu zeggen dit is pas vakwerk. Want het kostte heel veel tijd om zo’n ton te maken. Hier, neem nou deze. Daar was je toch al snel zo’n 7 uur mee bezig. De meeste mensen woonden toen op het platteland. Ze moesten toen vaak hard werken. En voor het zware werk gebruikten ze paarden. Of wind. In deze molen werd bijvoorbeeld het graan gemalen. Hier, en wat dacht je van die boor daar? Allemaal maken ze gebruik van de kracht van de wind. Paardenkracht, windkracht… okay. Maar de mensen moesten nog wel steeds zelf het werk doen. Niks ging vanzelf. En er was heel wat te doen. Het hele gezin hielp mee. Mannen werken meestal op het land. Veel vrouwen werken thuis. Ze verdienen hun geld met spinnen. Van wol of katoen spinnen ze bijvoorbeeld draden. Daar worden lappen stof van geweven. Er komt steeds meer vraag naar kleding, lakens en ander textiel. Want de bevolking groeit. Dat kan ook omdat de technieken in de landbouw steeds beter worden en er daardoor meer voedsel komt. Al die mensen hebben kleding nodig. Dat moet door de thuiswerkers worden gemaakt. En dat terwijl die al heel lange dagen maken. Tot diep in de nacht zijn ze aan het werk. Er moet dus een slimmere en snellere manier worden bedacht om stoffen te maken. Uitvinders gingen aan de slag en zij bedachten machines om sneller mee te kunnen spinnen en weven. En dit hier was de eerste uitvinding: de schietspoel. En daar mee kon je twee keer zo snel weven. Eén rukje aan dit touw en die spoel die schoot tussen de draden door van de ene naar de andere kant. Een andere goede uitvinding is de Spinning Jenny. Met deze spinmachine kan je niet één maar acht draden tegelijk spinnen. Later wordt het apparaat steeds verder verbeterd en uiteindelijk kan je wel honderden draden tegelijk maken. Met deze machines gaat het spinnen en weven dus wel een stuk sneller, maar ze moeten nog steeds met de hand bediend worden. Dat verandert als iemand bedenkt dat je die nieuwe machines ook op waterkracht kunt laten draaien. Ze worden aangesloten op een groot waterrad. De machines zijn nu zo groot geworden dat ze niet meer in een huis passen. Er wordt een fabriek omheen gebouwd, aan de rivier natuurlijk!

Op stoom. (Tijdsduur: 3’44’’)                                                                      De stoommachine en de stoomtrein.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071107_indusrevu02

Hier wordt een vuur gemaakt van hout of steenkool. En dat vuur dat verwarmt het water wat in de ketel er omheen zit. Daar ontstaat stoom en die stoom die wil eruit –net zoals in een fluitketel- en dat gaat dan via die witten buizen daar. En vervolgens gaat het dan hier de stoommachine in. Wat daar in die machine gebeurt kan ik mooi laten zien aan de hand van dit schaalmodel. Dit buisje hier stelt even die witte buis voor waardoor die stoom dus naar binnen wordt gedrukt. En die stoom die gaat dan via dit kanaaltje en drukt dan hier -deze zuiger zoals je dat noemt- naar voren. Nou je ziet dan gaat dit kanaaltje dicht en deze open en dan gaat de stoom vervolgens via deze kant tegen deze zuiger aan drukken en die gaat dan die kant op en zo gaat die zuiger voordurend heen en weer. En daar door wordt deze staaf in beweging gebracht. Zie, die zie je hier in het groot ook gaan. En die staaf die zorgt er op zijn beurt weer voor dat het wiel gaat draaien. De stoommachine deed voortaan het zware werk en stopte nooit. Hij moest wel ontzettend stevig zijn, want in die ketel werd het bloedheet en bloedheet. Daarom was alles aan zo’n apparaat gemaakt van ijzer en van staal. Want ja zo’n ding zou maar ontploffen. Zoals deze. Moet je kijken hij is echt volledig ingedeukt en toen hij ontplofte schoot hij driehonderd meter de lucht in. Toch was de stoommachine een groot succes. Steeds meer fabrieksbazen wilden zo’n hypermodern in hun fabriek hebben. Er werden veel nieuwe machines gemaakt en daarvoor was ijzer nodig en om ze te kunnen laten draaien had je steenkool nodig uit de mijnen. Alle fabrieken die met stoommachines werken worden in de buurt van mijnen gebouwd. Dan hoef je niet zo’n eind te sjouwen met de grondstoffen. Maar ja… ook verder van de mijnen worden fabrieken gebouwd. De kolen en het ijzer moeten daar heen worden gebracht. Bijvoorbeeld over het water. Met schepen kun je een heel eind komen en je kunt er een hoop mee vervoeren. Maar je kunt er niet overal mee komen en per schip gaat het niet erg snel. Het wordt geprobeerd met paardentrams. Maar ook dat is geen groot succes. Er moet toch iets zijn dat sterker is en sneller…Wat nou als we eens wielen zetten onder zo’n stoommachine bedacht toen iemand. Dan kunnen we daarmee wagons trekken. En dat was helemaal gene gek idee. De eerste stoomlocomotieven die reden 20 kilometer per uur. Een hele vooruitgang in die tijd. Toch waren veel mensen er ook een beetje bang voor. Zo’n groot ijzeren monster dat met veel lawaai over de rails denderden. Dat kon niet goed gaan. Want stel je voor dat hij van de rails liep, of erger nog: ontplofte. Maar de meeste mensen die waren enthousiast. De stoommachine kon wel 30 wagons tegelijk trekken. In het begin werd hij vooral ingezet voor het bevoorraden van fabrieken.

Fabrieksarbeiders. (Tijdsduur: 3’47’’)                                                                              Dikke wolkenstof en onveilige machines.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071107_indusrevu03

De arbeiders die in de fabrieken werken hadden het zwaar. Ze werken wel 14 uur per dag. Ook op zaterdag. De fabriekshallen zijn donker en de lucht is er ongezond. Dikke wolken stof dwarrelen om hun hoofden. En dan hebben we het nog niet eens over al het lawaai in de fabriek. En dat allemaal voor een heel mager loontje. Lang niet genoeg om een gezin van te kunnen onderhouden. Daarom moeten ook de vrouwen van de arbeiders werken. En zelfs kinderen moeten werken in de fabriek, wel 12 uur per dag. Daar kijkt niemand van op. Naar school gaan. Daar is geen tijd voor. Het werk in de fabriek is niet erg veilig. Er gebeuren veel ongelukken bij de grote bewegende machines. En als je ziek wordt of invalide. Dan heb je pech. Geen werk, geen geld. De arbeiders gingen dicht bij hun werk wonen. Ze hadden geen fiets en auto’s bestonden er in die tijd nog niet. En zo ontstonden er dus in de buurt van de fabrieken dit soort arbeiderswijken met kleine eenvoudige huisjes die dicht op elkaar stonden onder de rook van de fabrieksschoorsteen. De huisjes hadden vaak maar één kamer. Daar moest het hele gezin leven. Hier, in deze ruimte, werd dus gekookt, gegeten en geslapen. Riolering had je nog niet en afval werd niet zoals nu één keer per week door de vuilniswagen opgehaald. Nee, dat gooide je gewoon zo hup op straat. Maar daar kwamen dan wel weer ratten, muizen en andere ongedierte op af. In die verspreidden ziektes onder de arbeidersgezinnen. Bovendien aten de mensen ook niet goed in die tijd. Gezond en gevarieerd eten was te duur dus de meeste mensen werden niet echt oud. Maar… niet iedereen had het zo slecht in die tijd. De bazen van de fabriek woonden in grote huizen met bedienden. Ze zorgen goed voor zichzelf. Zij willen zo veel mogelijk geld verdienen. Zij hebben het goed. En toch geven ze de arbeiders maar weinig loon. Die durven niet te klagen. Als je wordt ontslagen heb je helemaal niets. Dan is er geen eten op tafel. Maar samen sta je wel sterk. De arbeiders beginnen te morren. Als ze samen in opstand komen dan moet de fabrieksbaas wel luisteren. Ze verenigen zich in vakbonden. De vakbonden komen op voor betere werkomstandigheden, een hoger salaris en een werkdag van hooguit 8 uur. Ook sommige mensen uit de politiek trekken zich het lot van de arbeiders aan. Ze horen de verhalen over het zware werk. De regering stelt een onderzoek in. Nu staat vast hoe slecht de arbeiders het hebben. Er worden wetten gemaakt die het leven van de arbeiders moeten verbeteren. Zo mogen kinderen onder de twaalf jaar niet langer in de fabrieken werken. Ze moeten naar school. Maar daar blijft het niet bij. Er komen ook afspraken over wat de arbeiders minimaal moeten verdienen. En hoe lang ze maximaal mogen werken.

Kinderarbeid. (Tijdsduur: 14’00’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=6404944

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: Kinderarbeid

Kinderarbeid in Nederland. (Tijdsduur: 2’12’’)                                             Hard werken voor weinig geld.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040224_kinderarbeid01

In de negentiende eeuw kwamen er in Nederland steeds meer fabrieken met machines. De stoommachine was uitgevonden. Voor de arbeiders werd het alleen maar zwaarder . Ze maakten lange dagen. Zo'n machine kon tenslotte dag en nacht door werken, die werd niet moe. De arbeiders kregen ook weinig loon. Veel te weinig om met het hele gezin van te leven. Daarom lieten ze hun vrouw en hun kinderen ook werken, ze moesten wel. De kinderen werkten soms al vanaf hun vijfde of zesde jaar. De hele dag, soms wel 12 uur lang. Ook op zaterdag. Ze gingen nooit naar school. In de fabrieken was het donker, de lucht was ongezond. Het werk was saai. Iedere dag hetzelfde. Fabrieksdirecteuren maakten graag gebruik van kinderen, die hoefden ze veel minder te betalen dan volwassenen. Zonder kinderen zou hun bedrijf niet kunnen draaien. Na 1850 vonden steeds meer mensen dat er wetten gemaakt moesten worden, die kinderarbeid verbood. Maar de regering in Den Haag wilde dat niet. Kinderarbeid was een zaak van de fabrieksdirecteuren, niet van de regering! Samuel van Houten vond dat er wat moest gebeuren. Hij was lid van de Tweede Kamer. Hij ging zelf het wetsvoorstel schrijven: artikel 1: Het is verboden kinderen beneden de 12 jaar in dienst te nemen of in dienst te hebben. Het bleek al gauw dat veel mensen het met hem eens waren. Dat maakte grote indruk op de andere leden van de Tweede Kamer die over het wetsvoorstel moesten stemmen. De stemming werd een groot succes: 64 stemden voor, 6 tegen. Daarmee was het kinderwetje van Van Houten aangenomen. Hierna kwam de regering met nog veel meer wetten die het leven van arbeiders in de fabrieken verbeterden.

Een uitzichtloze oorlog. (Tijdsduur: 14’00’’)                             Oorlogen waren vroeger anders dan nu.

http://player.omroep.nl/?aflID=11786808

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv / Klik op: Lees meer / Klik op: Oorlog in de loopgraven

De Eerste Wereldoorlog. (Tijdsduur: 3’00’’)                                               1914 - 1918

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071126_wereldoorlog01

Rond 1900 is Duitsland een belangrijk land in Europa. Een land met heel veel grote fabrieken. In die fabrieken worden wapens gemaakt, waarmee Duitsland wil land zien hoe sterk en machtig het is. In buurland Frankrijk zijn de mensen bezorgd. Stel je voor dat Duitsland oorlog gaat beginnen tegen ons. Daarom gaat Frankrijk een verbond aan met Engeland en Rusland. De landen spreken af dat ze elkaar helpen als er oorlog komt. Maar ook Duitsland gaat een verbond aan. Met Oostenrijk-Hongarije en Italië. En ook zij spreken af elkaar te zullen helpen. Op 28 juni 1914 gebeurt er iets vreselijks in de stad Sarajevo. De kroonprins van Oostenrijk-Hongarije en zijn vrouw worden vermoord. De machthebbers in Oostenrijk-Hongarije zijn woedend. Vooral op buurland Servië. Ze denken dat de Serven achter de moordaanslag zitten. Oostenrijk-Hongarije is zo boos dat het Servië de oorlog verklaart. Maar Rusland komt Servië direct helpen. Oostenrijk-Hongarije wordt dan geholpen door Duitsland. Duitsland verklaart direct de oorlog aan Rusland, Frankrijk en uiteindelijk ook Engeland. Alle machtige landen van Europa zijn nu met elkaar in oorlog. De Duitsers willen Frankrijk veroveren. Het gaat heel snel en ze komen een heel eind. Maar iets te noorden van Parijs blijven de Duitsers steken. Ze worden tegengehouden door de Franse en Engelse soldaten. De legers graven zich in de grond in en er ontstaat een oorlogsfront van de Belgische kust tot aan Zwitserland. Vier jaar lang vechten de legers tegen elkaar, zonder resultaat. Maar dan komen de Amerikanen meevechten. Daar kan Duitsland niet tegenop en ze moeten zich wel overgeven. In 1918 is de oorlog voorbij. De Eerste Wereldoorlog heeft het leven gekost aan 10 miljoen soldaten.

Slag bij de Somme. (Tijdsduur: 2’58’’)                                                        Belangrijke slag in de Eerste Wereldoorlog.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071126_wereldoorlog02

De Eerste Wereldoorlog duurt van 1914 tot 1918 en vooral bekend geworden als 'loopgravenoorlog'. Diepe loopgraven zijn goed te verdedigen. Met zandzakken en prikkeldraad ervoor, kun je de vijand makkelijk tegenhouden. In de zomer van 1916 willen de Engelse en Franse legers een aanval gaan doen op de Duitsers - aan de rivier de Somme in Noord-Frankrijk. De aanval wordt goed voorbereid. Dan vuren de kanonnen een week lang granaten af op de Duitse loopgraven. Wel anderhalf miljoen granaten worden afgeschoten. Het geluid is zo hard dat het in Engeland wordt gehoord. Maar de Duitse legers worden niet vernietigd. Want veel Engelse granaten missen doel. De Duitsers hebben zich ingegraven. Diep onder grond hebben ze bunkers gemaakt, waarin ze wachten tot het bombardement is afgelopen. Als straks alles rustig is, komen ze weer naar boven. Na hun bombardement rennen de Engelsen in de richting van de Duitsers, en lopen dus recht in de val. Ze worden geraakt de kogels van de Duitse mitrailleurs. De Engelse aanval is mislukt. Er is nauwelijks terrein op de Duitsers veroverd. Op deze eerste dag van de Slag aan de Somme sneuvelen duizenden soldaten. Toch gaan de gevechten de volgende dag gewoon door. De generaals willen de strijd niet opgeven. Pas maanden later wordt de aanval gestaakt. De slag aan de Somme is een van de bloedigste veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog. Er vallen meer dan 1 miljoen doden.

Soldaat in de eerste wereldoorlog. (Tijdsduur: 5’48’’)                                Een uitzichtloos gevecht.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101215_wo101

Op 11 augustus 1914 breekt er een oorlog uit tussen een aantal landen in Europa. Duitsland en zijn bondgenoten krijgen ruzie met Frankrijk dat de hulp inroept van Engeland. Met een zo groot mogelijk leger gaan de landen de oorlog in. Hoe meer soldaten, hoe sneller de vijand wordt verslagen, denkt men. Miljoenen jonge mannen worden opgeroepen voor het leger. “Jouw vaderland heeft JOU nodig, JOU” met dit soort posters worden Engelse jongemannen opgeroepen zich aan te melden voor het leger. En dat doen ze met honderduizenden tegelijk. Ook De Engelsman John Stewart is van de partij. Hij is 18 jaar en net getrouwd met Sarah. Net als de bakker Dave en postbode Matthew en de andere leden van zijn voetbalteam Alle elf hebben ze zich aangemeld en samen gaan ze op weg. “Schitterend. We hebben ons met het hele elftal ingeschreven. En we zijn goedgekeurd. We zullen die Duitsers eens flink op hun donder geven”. Het Duitse leger plaatst als eerste de aanval en stoot via België door tot Noord Frankrijk. Daar stokt de aanval en worden ze tegengehouden door de Fransen die hulp hebben gekregen van de Engelsen. Maar samen zij zijn niet sterk genoeg om de Duitsers weer terug te dringen. En dus staan de legers tegenover elkaar en kunnen geen kant meer op. Beide partijen graven zich in, in kilometers lange loopgraven. “Liefste Sarah,We hebben de Duitsers tegengehouden. Ze kunnen niet meer verder. Het is alleen nog afwachten tot de generaals ons het teken geven voor de aanval.. Dan kan ik laten zien wat ik waard ben. We zullen vechten voor de koning en ons vaderland. We maken die Duitsers af. En dan ben ik snel weer thuis”. Voor je het weet zitten we samen onder de Kerstboom en kan ik je weer in mijn armen sluiten. Liefs,John”. Maar het loopt allemaal anders dan John hoopt. Engelse en Franse legers proberen wel aan te vallen, maar ver komen ze niet. Zodra de soldaten dichtbij de loopgraven komen worden ze bestookt met granaten en onder vuur genomen met mitrailleurs. Dat is een nieuw wapen dat honderden kogels per minuut kan afvuren. Als je dat allemaal al overleeft, moet je je nog door rollen prikkeldraad heen zien te worstelen en over de landmijnen zien te komen. Duizenden soldaten sterven voordat ze de vijand ook maar hebben gezien. En dus veroveren de legers vaak maar een paar meter grond, die ze even later weer kwijt raken. Aan het front verandert het landschap in een spookgebied vol bomkraters. En in de loopgraven wordt het leven voor de soldaten een hel. Na iedere regenbui verandert de loopgraaf in een modderpoel. “Liefste Sarah, Ik zit hier nu al weer bijna twee jaar en ik leef nog steeds… Ik verlang zo naar rust. En stilte. De kanonnen dreunen maar door, de granaten blijven gierend in slaan. De hele dag door. En daar bovenuit het gegil en gekreun van de gewonden. Overal is bloed en de geur van de dood. Het is om gek van te worden. Adrian en Matthew zijn gisteren gedood. Ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Het spijt me dat ik je niet kan opvrolijken, maar deze oorlog is zinloos. Het maakt mij niet meer uit wie er wint… Ik wil gewoon naar huis.. Ik denk elke minuut aan je,John”. En zo sleept de uitzichtloze oorlog zich nog twee jaar voort. Als de Amerikanen de Engelsen en Fransen te hulp komen moeten de Duitsers uiteindelijk opgeven. Ze zijn uitgeput en geven zich over. Dat gebeurt op 11 november 1918. De oorlog die hooguit een paar maanden zou gaan duren, duurt uiteindelijk vier jaar. Tien miljoen soldaten worden gedood. “iedereen is uitgelaten, blij. De mannen dansen, zingen, eindelijk naar huis. Eindelijk is die rotoorlog voorbij. Maar ik, ik voel niks. Helemaal niks. We hebben de oorlog gewonnen , maar zo voelt het niet. Ons elftal is met 9 – 2 verslagen. Mijn vrienden zijn weggeschoten, niet met de bal, maar met kogels. Adian, matthew, Tim, Brandon, Chris, Daniel, gerald, Jeremy, Keith, voorgoed op de reservebank. Alleen Dave en ik zijn over.. Maar ik kom thuis. Eindelijk zal ik je weer zien. Ik omhels je, John”.

Zwarte donderdag. (Tijdsduur: 1’01’’)                                                Het begin van de crisis in de jaren dertig.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_crisis01

Aandelen worden gekocht en verkocht op beurzen, zoals hier op de beurs van Wall Street in New York. Op 24 oktober 1929 gaat het op deze beurs helemaal mis. Die dag heet zwarte donderdag, of wel black thursday. Mensen die aandelen hebben raken in paniek en willen zo snel mogelijk hun aandelen verkopen om hun geld terug te krijgen. Maar dat mislukt. De aandelen blijken helemaal niets meer waard te zijn. De mensen raken in één klap hun geld kwijt. Crisis noemen we dat. En als het mis gaat in Amerika dan merkt de rest van de wereld dat ook. Amerika heeft nu geen geld meer om producten uit andere landen te kopen, zoals bijvoorbeeld Nederland. Nederland verkocht bloemen en groente aan Amerika. En die handel komt stil te liggen. Daardoor komt er ook crisis in Nederland.

Crisistijd in de jaren dertig. (Tijdsduur: 14’00’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=9213241

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: Crisis in de jaren dertig

Crisis in Nederland. (Tijdsduur: 2’16’’)                                             Enorme werkloosheid en armoede.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040317_crisis02

In 1929 ontstaat er crisis in Amerika. Veel Amerikanen zijn werkloos. Het land heeft geen geld meer om producten uit andere landen te kopen. Dat merken we in Nederland ook, want Nederland verkocht bloemen en groente aan Amerika. En die handel komt stil te liggen. Bedrijven in Nederland moeten sluiten en werknemers worden ontslagen. Ook veel fabrieken sluiten hun deuren. Winkels worden opgeheven. De werkloosheid stijgt enorm. Binnen een jaar tijd komen er meer dan honderdduizend werklozen bij. Na een paar jaar zijn er bijna een half miljoen mensen zonder werk. Als steun kunnen de werklozen een uitkering krijgen van de gemeente. Die steun is erg laag, gezinnen met kinderen kunnen er nauwelijks van eten. Sommige mensen proberen daarom, naast hun uitkering, stiekem wat bij te verdienen. Dat wordt zwartwerken genoemd, omdat het niet mag. Om het onmogelijk te maken om zwart te werken moet een werkloze twee of drie keer per dag naar het stempelkantoor om een stempeltje te halen. En steeds op een ander tijdstip. Door dat stempelen krijgt de werkloze niet de kans om zwart te werken. Als hij een stempel mist, krijgt hij minder steungeld. Maar mensen proberen toch wat bij te verdienen. Op markten verkoopt de een oude kleren of spullen uit zijn huis, en de ander maakt muziek en hoopt dat iemand als dank wat geld heeft. De armoede in Nederland wordt steeds groter. Ons land is in crisis.

Hitler aan het woord. (Tijdsduur: 1’19’’)                                  Hitler is goed in het houden van toespraken en redevoeringen.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20080926_hitler02

Hitler kan als geen ander spreken in het openbaar. Om zijn boodschap zo overtuigend mogelijk over te brengen laat hij foto's maken. Hij bestudeert zijn eigen poses en probeert uit welke het beste werken. De mensen zijn overdonderd door zijn toespraken: "Hij sprak meer dan twee en een half uur, en je bleef naar hem luisteren. Hij sprak met z’n hart en tot ons hart." "Zijn stem had iets duivels. Hij was overweldigend. Ik merkte dat ik mee gilde en mee schreeuwde met de anderen. Het was of een vreemde macht me in zijn greep had en ik kon er niks tegen doen. Die stem hield me gewoon gevangen". Hitler: "In onszelf zit de toekomst van het Duitse volk. Wij zelf moeten vooraan staan met arbeid, met onze ijver, onze vastberadenheid, onze trots. Dan zullen we weer opklimmen, zoals ook onze voorouders alles uit zichzelf hebben gehaald om Duitsland groot te maken".

Hitler aan de macht. (Tijdsduur: 14’’00’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=4732630

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: Hitler op weg naar de macht

Jodenvervolging. (Tijdsduur: 3’07’’)                                                                     Joden krijgen de schuld.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_jodenvervolging01

Voor de oorlog wonen er zo’n honderd veertig duizend joodse mensen in Nederland. De meesten in Amsterdam. En iedereen vindt dat heel gewoon. Joden en niet-joden leven samen, werken samen, trouwen samen en feesten samen. Geen enkel probleem. Totdat de Duitsers Nederland bezetten. Mag ik nou stoppen? Nee, nog éen keer. Ik wil dit vandaag afkrijgen. Eén-twee-drie! Moet je dit horen! De ondergetekende verklaart... de ondergetekende verklaart dat noch hijzelf, noch zijn echtgenoot of zijn ouders of grootouders ooit heeft behoord tot de joodsche geloofsgemeenschap! Een ariërverklaring! Hebben ze bij Gerda thuis ook gekregen! Gewoon opsturen. Hoor je nooit meer iets van. Ja, en wat vullen we dan in, Max? JOODS OF NIET-JOODS? Lijkt me logisch, toch?... Wij gaan nooit naar de synagoge en we werken gewoon op zaterdag, dus... Niet-Joods. Schrijf dat maar op. Dan zijn we ervan af. O JA?! Als je liegt dan volgt onmiddellijk ontslag! Dat staat hier. Maar... wij horen toch niet bij die... anderen? Of wel? Lieve schat, hoeveel jaar geef ik nou al les op het conservatorium? Daar mag ik heus wel blijven werken. Nou thuis nog. Roos, die Joden, hè, waar ze het steeds over hebben... daar horen wij dus ook bij! Ja hèhè, wat dacht jij dan?! Joods of niet-joods, wat maakt dat nou uit?! We zijn allemaal mensen. Maar Adolf Hitler, de leider van Duitsland denkt er heel anders over. Hij geeft de Joden de schuld van alle ellende in Europa. En daarvoor wil Hitler de joden straffen. In zijn ogen zijn het slechte mensen. Doe jij nou? Niks. Je kunt het zien, hè? Dat wij het ook zijn, bedoel ik. Als je het niet weet, dan let je er niet zo op, maar nu... M'n neus, m'n ogen, m'n haar, je ziet het aan ALLES! Ik zie het aan jou, als je viool speelt en toen papa vanmorgen zwaaide... die schuine blik, het is zo duidelijk: Jood! Kaat! Doe normaal, joh! Het is toch zo?! Al verft mama iedere dag d'r haar, je ziet het toch! Nou en?! wees er trots op! Ja? En als ze nou eens gelijk hebben? Stel dat wij... dat de Joden echt slecht zijn, door en door slecht — Hou op, Kaat, je moet niet — Weet je nog: toen Gerda van haar fiets viel? Kwam door mij. En toen met die vuilnisbak...Het zijn allemaal praatjes. Daar geloof je toch niet in? Ik niet... Maar al die anderen misschien wel... De Duitsers laten de Joden niet meer met rust. Kaat en Roos en heel veel andere Joden worden hard gestraft en vervolgd voor iets waar ze geen schuld aan hebben.

Aparte wijken voor joden. (Tijdsduur: 2’09’’)                                            Iedere jood een Jodenster.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_jodenvervolging02

Voor de oorlog wonen er zo’n honderdveertigduizend Joodse mensen in Nederland. De meesten in Amsterdam. En iedereen vindt dat heel gewoon. Joden en niet-Joden leven samen, werken samen, trouwen samen en feesten samen. Geen enkel probleem. Maar als de Duitsers Nederland bezetten komt daar een einde aan. Ze haten de joden en maken hun het leven onmogelijk. Maar wat ik nog het ergste vind, wat ik het aller-allerergste vind... ik mag ook niet meer bij Gerda op bezoek! Haar ouders zijn gewoon bang. Waarvoor? Dat het besmettelijk is?! Zij kunnen ook worden ontslagen. Weet je mam, ik heb erover nagedacht en ik vind het helemaal niks: 'joods zijn'. Kijk, dan doe je gewoon zo. Of je houdt je tas extra hoog. Dan zien ze hem ook niet. Dan krijgen ze toch gelijk. Een jood verbergt altijd dat hij jood is. Maar lieverd, wat wil je nou?! Zo valt hij toch niet op?! Nee. Het mag dan misschien wel vervelend zijn om joods te zijn... maar ik ga me er niet voor schamen. Zo. Vanaf mei 1942 moeten alle joden vanaf zes jaar en ouder een gele ster dragen. Doe je het niet en je wordt aangehouden, dan heb je een groot probleem. Want iedereen moet ook een persoonsbewijs bij zich hebben, met zijn naam, een foto, een handtekening en zelfs een vingerafdruk. En als je jood bent staat er ook een J in dat persoonsbewijs. En de joden moeten van de Duitsers voortaan hier gaan wonen in de joodse wijk in Amsterdam. Er worden hekken omheen gezet en de bruggen worden opgehaald, zodat niemand er zonder toestemming van de Duitsers nog in of uit kan. Maar het leven gaat zelfs hier gewoon door. Mensen doen boodschappen, werken en er wordt zelfs nog getrouwd. Maar het leven voor de Joden zal dramatisch veranderen in de loop van de oorlog.

Onderduiken: De Tweede Wereldoorlog. (Tijdsduur: 14’00’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=6715353

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: Onderduiken

Verstoppen voor de Duitsers. (Tijdsduur: 2’16’’)                                          Onderduiken.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040426_onderduiken01

Dit is een onderduiker. Iemand die zich verbergt voor de Duitsers. Vooral veel Joden moesten onderduiken en veilige schuilplaats zoeken. In 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. De Duitsers veroverden ons land en werden de baas.
Net als in Duitsland doen ze er alles aan het leven in ons land voor Joden moeilijk te maken. Joden mogen bijvoorbeeld niet meer naar de bioscoop, naar het zwembad, mogen niet meer met de tram, of in een park komen. Joden worden ontslagen. Je Joodse meester of juf stond van de ene op de andere dag niet meer voor de klas. Om ze goed te herkennen moeten Joden een gele ster dragen met het woord 'Jood' erin. Joden moeten formulieren invullen met hun naam, en adres en altijd een persoonsbewijs bij zich hebben. Zo is makkelijk ze te vinden en op te pakken. Dan worden de Joden met vrachtwagens naar streng bewaakte kampen in Nederland gebracht. Niet alleen Joden, maar soms ook andere mensen: homoseksuelen, zigeuners, mannen die niet voor de Duitsers willen werken en mensen die zich tegen de Duitsers verzetten of sabotage plegen.
Maar niet iedereen liet zich zomaar wegvoeren. Sommigen zochten hulp en een schuilplaats om onder te duiken.

Een nieuwe naam. (Tijdsduur: 2’07’’)                                                Onderduiken.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040426_onderduiken02

Joodse onderduikers kregen een nieuwe naam, een nieuw persoonbewijs en soms verfden ze hun haar blond. Zo hoopten ze te ontsnappen aan de Duitsers. Als onderduiker was je altijd in gevaar. Je kon niet zomaar iedereen vertrouwen. Soms wisten of dachten mensen dat iemand onderduikers verborgen hield. Wat moest je doen in zo'n situatie? Betalen en hopen da de briefschrijver zijn mond zou houden? Maar zou hij je dan niet alsnog aangeven bij de Duitsers als je betaald had? Je kon immers niemand vertrouwen. Dan de onderduikers maar naar een ander adres brengen of toch maar verstoppen en hopen dat ze niet gevonden werden bij een huiszoeking? Onderduiken was levensgevaarlijk voor de onderduiker en degene die hem hielp. Als je werd gepakt, kon je de doodstraf krijgen.

Joden worden weggevoerd. (Tijdsduur: 5’35’’)                                          Naar werkkampen in Duitsland.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_jodenvervolging03

In 1940 bezetten de Duitsers ons land. Al snel nemen ze maatregelen tegen Joodse mensen. Normaal leven is er niet meer bij, en het wordt nog erger. Joden worden opgeroepen zich te melden. Ze zullen naar het oosten van Europa worden gebracht. Waarheen precies, en wat ze daar gaan doen weet niemand. De familie kaufman is opgeroepen! Jacob en Klara Presser ook. Theo en zijn zus zijn gisteren vertrokken! Erika meijer en haar kinderen zijn weg, Alex Offenbach, Izak Prins, Rebecca de Winter...Allemaal naar het oosten! Ga maar even naar jullie kamers. Wat is daar toch in het oosten?! wat moeten ze daar?! Werken, denk ik. De Duitsers helpen. Theo Vos is vierenzeventig! Dan krijgt hij vast een licht klusje. Maak je nou maar geen zorgen. Waarom laten ze dan niks van zich horen? Anna is al vier weken weg. Geen briefje, geen kaartje, niks. Misschien komt dat nog. En als wij worden opgeroepen... Wat dan? We slaan ons d'r wel doorheen. Als we maar samen blijven. De overgrote meerderheid van de joden meldt zich en gaat op transport. Goedschiks of kwaadschiks. Rainer und Lüdwig! auf der rechten seite anfangen! Het is zover. Doe je kleren aan en neem je koffer mee. O god! o god nee! Omdat steeds minder joodse mensen zich vrijwillig melden, komen de Duitsers hen thuis ophalen. Hele wijken worden afgezet en huis voor huis doorzocht. Werner! Im zweiten wagen abführen! Ze zijn nu bij De Haan op nummer vierendertig. Ik wist dat dit zou komen! ik wist het! Therees, alsjeblieft. De kinderen. O, ze hebben Daniël. En z'n broertje! Die heeft z'n knuffel mee. Laten we gewoon kalm blijven en doen wat ze zeggen. En meneer Polak van de hoek. Die wordt opgetild. Dat is nummer veertig. Nog twee huizen. Nee! nee! raak me niet aan! nee! Aufhören! du blöde schlampe! Waar blijven ze dan?! Wanneer komen ze ons nou halen?! Ze hebben ons overgeslagen. Heel veel Joden laten zich niet zomaar oppakken...Ze zoeken een schuilplaats om onder te duiken. In de stad of op het platteland bij een boer. Maar eenvoudig is het niet om een onderduikadres te vinden. Nee! nee! nee! Ik zet mijn gezin niet op het spel! Maar we weten niemand anders en ik dacht... Hoe DURF je hier te komen?! Je brengt ons allemaal in gevaar! Al is het maar voor een weekje, alstublieft! We zullen heel stil zijn. Gerda, laat jij Kaat even uit? Hier, wat snoepjes voor onderweg...In godsnaam! Je mag mijn cello hebben, als we maar mogen blijven. Ha! Jullie denken echt dat je alles kunt kopen. Jullie joden? Jullie joden denken dat je alles kunt kopen', dat bedoelt u toch? Tuurlijk mogen jullie blijven. Een week. En dan zien we wel verder. ,br> Toch worden veel Joodse onderduikers door de Duitsers ontdekt en opgepakt. In totaal voeren de Duitsers ruim honderdduizend Nederlandse joden weg naar het oosten van europa. En daar worden ze bijna allemaal vermoord in de concentratiekampen.

De vernietigingskampen. (Tijdsduur: 3’19’’)                                               Als beesten in de trein.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_vernietiging02

Dit is Kamp Westerbork in Drenthe. Joodse mensen uit heel Nederland zijn hier door de Duitsers samengebracht. En vanuit dit kamp zullen ze per trein naar het Oosten van europa worden vervoerd. Niemand vermoedt hoe het daar zal zijn. Op de avond voor vertrek krijgt iedereen te horen wie er mee moet. Frits van Dam, Mathilde van Dam, Heintje, Jonas en Andries. Alsjeblieft! stuur iemand anders maar niet m'n kinderen! Liselot den Hartog...Hij is voorbij de 'g'!Met haar kinderen Louis, Abraham en Yvonne. Ik was al bang dat we de voorstelling morgen zouden missen! Jij komt toch ook? En tot slot: Max van Gennep, Theresa van Gennep, Roos. We blijven tenminste bij elkaar. Het is geen gewone trein met coupes, maar met veewagons. Meer dan 100.000 joodse mensen worden op deze manier naar het Oosten gedeporteerd. En toch houden de mensen hoop dat het goed met ze zal aflopen. HIJ IS VAN MIJ! Je hebt er toch niets meer aan. Dit is alles wat ik heb. Pas op je vingers.
Als iedereen is ingeladen, wordt met krijt op de wagon geschreven hoeveel personen er in zitten: 70, 74, 80. Wel 1000 mensen bijeengepakt in een trein. Er worden briefkaarten uit de trein gegooid met postzegel en adres in de hoop, dat iemand ze zal vinden en op de post zal doen. "we zitten in de beestenwagen", "liefste lieveling, het heeft zo moeten zijn schat, we gaan met opgeheven hoofd en de moed erin", "ik kom weer terug hoor schat", "een spoedig weerzien in ons dierbaar Hollandje, vaarwel". De reis duurt minstens drie dagen en drie nachten. Via Duitsland komt de trein uiteindelijk in Polen aan. Hier bouwen de Duitsers concentratiekampen. De grootste en meest beruchte daarvan is kamp Auswitz. In dit vernietigingskamp zullen heel veel mensen op gruwelijke wijze door de nazi’s worden vermoord. Blijf dicht bij mij.

Kamp Westerbork. (Tijdsduur: 4’23’’)                                                           Een doorgangskamp in Drenthe.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_vernietiging01

Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden joden door de Nazi’s van Hitler steeds slechter behandeld. Zo moeten ze een gele ster dragen en op veel openbare plaatsen mogen ze niet meer komen. Vanaf 1942 worden ze zelfs weggevoerd om te gaan werken in Oost-Europa, tenminste, dat beweren de Duitsers. Maar eerst worden ze samengebracht in Kamp Westerbork in Drenthe. Dit is niet de eindbestemming, maar een doorgangskamp, een soort tussenstop. Hier moeten de joden wachten, tot ze worden afgevoerd naar het Oosten. Kurt Sanders uit Vlaardingen. Lia Zilverberg uit Dordrecht. Grietje Bachrach en ik ben tien jaar. Louis Courant, twintig. Ik ben Roos. Roos van Gennep uit Amsterdam. En ik ben dertien jaar. Broers? Zussen? Als je niets zegt, kunnen we jullie straks ook niet bij elkaar plaatsen. Ik heb een zus. Kaat. Maar ik weet niet waar ze is. Goed, dat was het. Die viool blijft hier. Heb je verder nog kostbaarheden? Nee, niet m'n viool. Je wilt toch niet dat hij gestolen wordt?! Kom. Ik zal 'm goed opbergen. Nee, die viool hou ik altijd bij me. Pas dan maar goed op, want je bent 'm hier zo kwijt. In de loop van de oorlog worden er meer dan honderdduizend joodse mensen naar Westerbork vervoerd. Al gauw zijn de barakken dan ook overvol. Mam! Mam?! Weet je wie hier ook is?! Theo! Theo Vos en zijn zus! En Rebecca heb ik gezien! En ook Alex Offenbach. Ze zijn allemaal hier! En Kaat? Nee, die niet. De Duitsers doen er alles aan om het leven in Westerbork zo normaal mogelijk te laten lijken. Kinderen gaan naar school en iedereen ouder dan 15 jaar moet werken. Er is een wasserij, een naaiatelier, een kleermaker, een schoenmaker en er wordt zelfs houten speelgoed gemaakt voor kinderen in Duitsland. n op zondag is iedereen vrij. Dan mogen ze gaan sporten. Er is zelfs een theater waar iedere dinsdag de beste joodse artiesten uit het kamp optreden. Het lijkt allemaal heel gewoon. En zo krijgen de mensen het idee dat het wel zal meevallen. Hij lacht nog steeds niet. Volgende keer beter. Mijn vader kent nog zoveel liedjes! Ja... als hij de kans krijgt. Alleen de beste artiesten mogen blijven van onze 'Herr Kommandant'. En de rest? Waar gaat de rest naartoe? Er is nog niemand teruggekomen om dat te vertellen. Fantastisch, Max! Echte klasse! Vond jij dat ook? Ja, heel goed, pap.

Kamp Auschwitz. (Tijdsduur: 3’04’’)                                                                      Een vernietigingskamp voor 1,5 miljoen joden.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_vernietiging03

Dit is kamp Auschwitz in Polen. Hier komen in de Tweede Wereldoorlog, iedere dag weer, treinen volgepakt met doodsbange mensen aan. Het zijn vooral joodse mensen. Ze worden de trein uit gecommandeerd. Mannen worden gescheiden van hun vrouw en kinderen. Broers en zussen moeten uit elkaar. Families vallen uiteen. De mensen worden in kale barakken gestopt. Hier slapen ze op planken, zonder dekens en kussens. Met overal vlooien en luizen. Ze krijgen nauwelijks te eten. Niet vreemd dat de éen na de ander doodgaat van de honger, van uitputting of door besmettelijke ziektes. Gezonde en sterke mensen moeten keihard werken voor de nazi’s. Maar de meesten worden direct na aankomst door hen vermoord in gaskamers.Al hun spullen en koffers moeten ze achterlaten. "Die krijgen jullie later weer terug", wordt ze verteld, "nadat jullie hebben gedoucht".
Om er voor te zorgen dat niemand in paniek raakt, doen de Duitsers net alsof iedereen echt gaat douchen. Maar dit is geen douche. De douchekoppen zijn nep. Waar zou Kaat nou zijn? Er komt geen water uit de douchekoppen maar giftige gassen. De hele ruimte wordt gevuld met blauwzuurgas, een dodelijk gas. Na een paar minuten is iedereen dood. De dode lichamen worden verbrand in ovens, de as wordt gedumpt in vijvers op het kampterrein. Aan het eind van de oorlog willen de Nazi’s niet dat de sporen van hun massamoord worden ontdekt. Daarom blazen ze de gaskamers en de ovens op. Het Vernietigingskamp Auschwitz wordt in januari 1945 door Russische troepen bevrijd. In het kamp zijn nog maar 5500 mensen in leven. Eigenlijk meer dood dan levend. Anderhalf miljoen mensen zijn in het kamp vermoord. Het enige wat achter is gebleven zijn hun persoonlijke spullen, heel veel spullen. Die hebben de nazi’s ingepikt. Koffers, schoenen, Brillen. Zelfs het goud uit hun gebitten stelen ze. En de slachtoffers worden kaalgeschoren. Van hun haren worden onder andere dekens gemaakt. En tienduizenden foto’s. Al deze mensen zijn vermoord in Auschwitz.

De bevrijding begint. (Tijdsduur: 2’02’’)                                                De Duitsers verliezen terrein.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_arnhem01

Sicilië!... Hahaha, Sicilië! Hoera! Ze zijn geland op Sicilië! Wie zijn er geland, opa?! De Tommies natuurlijk! Onze Engelse vrienden! En de moffen zijn op de vlucht! Nu kan het nooit lang meer duren. Maar opa, die is toch voor de bevrijding? Ja en die komt nu met ieder slokje dichterbij. Het is 1943. De oorlog duurt nu al meer dan drie jaar, maar de Duitsers zijn aan het verliezen. In de sneeuw van Rusland lukt het Duitsland niet om de Russen te verslaan. En in de hitte van Noord-Afrika zijn het de Engelsen die de Duitsers tegenhouden en terugdrijven. Het is nog een lange weg naar Nederland. Daarom hopen velen op een aanval vanuit Engeland, zodat ze snel zullen worden bevrijd. Zo'n aanval kan alleen maar over zee komen: een invasie heet dat. Maar de Duitse bezetters willen dat ten koste van alles voorkomen. Daarom bouwen ze van Noorwegen tot aan de grens met Spanje tienduizend bunkers met kanonnen langs de kust, om de Geallieerden tegen te houden. De Atlantikwall of Atlantische Muur wordt die genoemd. In de zee wemelt het van de mijnen en langs de kust varen oorlogsschepen af en aan. De Duitsers willen ieder vijandelijk schip tot zinken brengen, zodat niemand het strand kan bereiken. Maar in 1944 weet iedereen dat er een invasie gaat komen, een aanval op de Duitsers vanuit Engeland. Waar dat gaat gebeuren weet niemand en wanneer ook niet.

Bunkers. (Tijdsduur: 2’44’’)                                                                      Gebouwd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_bunkers01

We staan hier in Zoutelande op het dak van een bunker. Deze bunker is gebouwd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Omdat de Duitsers toen Europa, het vasteland, hadden bezet, die hele kust langs de Atlantische Kust, die wilden ze goed verdedigen en zodanig, dat er geen Engelsen en Amerikanen hier op het strand zouden landen. Daarom is deze bunker gebouwd. Op het dak van de bunker zit een observatiekoepel. In deze koepel zat een soldaat met een speciale kijker, die keek daardoorheen, over het strand. Zag hij een vijand, dan waarschuwde hij zijn kameraden in bunkers in het achterland, die hadden grote kanonnen, die konden 20 kilometer ver schieten en die schoten dan vanuit het land over de duinen heen op het strand of op de zee, daar waar de vijand was. Dit is de ingang van de observatiebunker. Deze bunker is helemaal in twee meter dik gewapend beton gebouwd. Het betekent, dat het dak is twee meter gewapend beton en de zijmuren, te zien hier in de ingangspartij, is ook twee meter dik. Om dat aan de buitenkant te kunnen aangeven, staat op de bunker een afkorting ST, dat betekent, dat deze bunker standaardgebouwd is en dat er dus in die tijd geen bommen waren die daar dwars doorheen konden gaan. Dit is een woonbunker, die is ook door de Duitsers hier neergezet. Een woonbunker is geschikt voor het slapen en het uitrusten voor 20 soldaten. Er waren twee kamers in deze woonbunker. De soldaten sliepen in deze bedjes, die zijn wat kleiner van formaat dan de huidige bedden. Ieder had een halve kleerkast. Dat grijze ding in de hoek is de kachel, die kon gestookt worden op hout of op kolen. Als zo’n kachel niet goed brandt krijg je giftige gassen, vandaar dat daar verplicht een vogelkooitje boven hangt met een vogeltje en op het moment dat het vogeltje dood zou gaan wisten ze, dat ze giftige gassen in de bunker hadden. En natuurlijk hadden ze in de bunker ook telefoon. Daar konden ze mee met een soldaat in een andere bunker konden ze dan praten. Door aan een slingertje te draaien gaat hier de bel, maar in de andere bunker ging natuurlijk ook de bel en dan pakte hij de hoorn van de haak. Na de oorlog is door woningbouw, wegenbouw zijn er veel bunkers gesloopt. De bunkers herinneren ons wel aan de slechte tijden van de Tweede Wereldoorlog, maar we moeten ze toch bewaren, omdat ze deel uitmaken van de geschiedenis, dat zoiets als een Tweede Wereldoorlog niet meer mag gebeuren.

D-day = Decisionday = Beslissingsdag. (Tijdsduur: 3’26’’)                De Engelse landing in Normandië.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_arnhem02

Oma... Oma... Rustig maar, jochie! Het is begonnen... de invasie! Volgens je opa zeker? Ja, maar deze keer is het echt!
Tuurlijk! Dat zou hij vorige keer ook! Maar dat bleek in Afrika! Ha-ha-ha! Als je je opa moet geloven, dan waren we allang bevrijd! Dat zijn we ook bijna, want de Tommies zitten al in Normandië! Je moet je opa niet zo serieus nemen, Joost. Die fout heb ik ook gemaakt. Maar hij heeft het van slager Breeveld. En die hoorde het weer van Marinus Tak, de buurman van pastoor Gijssen. Dus het moet haast wel kloppen. Meneer pastoor? Ja. En die heeft een radio. Hier Radio oranje, de stem van strijdend Nederland. Troepen van het geallieerde expeditieleger zijn hedenmorgen geland op de Franse kust. Tienduizenden Amerikaanse, Engelse en Canadese soldaten bestormen op 6 juni 1944 de Franse kust in Normandie. Die dag wordt D-day genoemd. Decision day, de dag van de beslissing. Het Duitse leger probeert uit alle macht de geallieerden tegen te houden en er wordt verschrikkelijk hard gevochten. Op het strand verliezen duizenden soldaten het leven, maar ze zetten door. Het lukt de Duitsers niet om het geallieerde leger tegen te houden. De bevrijding van Europa is begonnen. Het bevrijdingsleger rukt steeds verder op, stukje bij beetje dringen ze de Duitsers terug. Om ieder dorp en iedere stad wordt hevig gevochten. En na twee maanden wordt de Franse hoofdstad Parijs bevrijd. Daarna Brussel en in september 1944 staan de geallieerden zelfs voor de Nederlandse grens. Eijsden, Eckelrade en Noorbeek bevrijd! Ho-ho-hoh! Wat een klap voor die moffen! Ik kan het niet vinden, opa. Volgens mij staan die helemaal niet op de kaart. Het moet erop staan, jongen... Zo, deze is voor Eckelrade. O wacht, hier! Noorbeek... Maar dat ligt helemaal in Zuid-Limburg! Jaja, maar nu gaan de Tommies in éen beweging doorstoten. Echt. De geallieerden bedenken een gevaarlijk en gedurfd plan: Operatie Market Garden. Duizenden parachutisten worden diep in vijandelijk gebied gedropt...Ze moeten in éen keer alle bruggen over de grote rivieren, de Maas, Waal en Rijn, veroveren. Die moeten ze in handen houden totdat de invasielegers uit het zuiden zijn aangekomen. Die kunnen dan makkelijk over de bruggen doorstoten naar Duitsland. Als het plan slaagt zal de oorlog voor het eind van dat jaar voorbij kunnen zijn.

Duitsland geeft zich over. (Tijdsduur: 5’16’’)                                                    Nederland is weer een vrij land.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_bevrijding02

De Tweede Wereldoorlog loopt ten einde. Eind april 1945 hebben de Russische soldaten bijna heel Berlijn veroverd. Het is een gruwelijke strijd. Om elke straat, ieder gebouw en elk huis wordt gevochten. Ook de Rijksdag, het Duitse parlementsgebouw wordt veroverd. En de Russische vlag gaat trots in top. Hitler beseft dat hij de oorlog heeft verloren. Zijn droom van een groot Duits rijk ligt aan diggelen en hij pleegt zelfmoord. Overal geven Duitse soldaten zich nu over. De oorlog is nu bijna ten einde, ook in Nederland. In hotel De Wereld in Wageningen, onderhandelen de Duitsers en de Canadezen over de overgave van het Duitse leger in Nederland. Ook de baas van het Nederlandse leger, prins Bernard, de opa van Willem Alexander, is daarbij aanwezig. De oorlog is voorbij, het is eindelijk vrede. Het Duitse leger heeft verloren. Het grote nieuws wordt bekend gemaakt door radio oranje. Landgenoten. Nederland is vrij... Veldmaarschalk Montgomery heeft aan generaal Eisenhower medegedeeld dat alle Duitse strijdkrachten in Nederland hebben gecapituleerd. En ook koningin Wilhelmina spreekt via de radio het volk toe. Iedereen is dolblij nu het hele land is bevrijd. En iedereen viert feest. Maar er zijn nog steeds Duitse soldaten in ons land. En wat moeten wij nou? Gewoon. Ons overgeven. Zonder te vechten?! Wees blij! Deze krankzinnige oorlog is voorbij en wij leven nog! Maar onze eed dan?! We hebben trouw gezworen aan Hitler! De Führer is dood. Im Leben geht alles vorüber. Auch das Glück, doch zum Glück auch das Leid. En zijn beloften dan?! Duitsland zou overwinnen! we zouden het machtigste land ter wereld worden! waarom zijn we anders die hele oorlog begonnen?! Sprookjes, allemaal sprookjes. De Duitse soldaten geven zich over, maar de bevrijders zijn nog niet in alle dorpen en steden aangekomen. Het is chaos want een paar dagen lang is niemand de baas in Nederland. Om de orde toch te bewaren zijn de Binnenlandse Strijdkrachten ingezet. Ze arresteren NSB’s, Nederlanders die met de Duitsers hebben samengewerkt. En dat gaat er hardhandig aan toe. Vaak wordt er meteen wraak genomen op landverraders. Ze worden geslagen en belachelijk gemaakt. En ook vrouwen die met Duitse soldaten zijn omgegaan, worden opgepakt. Ze worden kaalgeschoren. En soms besmeurd met verf. Sommigen krijgen een hakenkruis op hun hoofd. Kale kop, kale kop. Met een hakenkruis erop. Wie heeft dat gedaan?! Laat maar. Het gaat wel. Kunnen ze wel tegen een vrouw?! Lieverd, het is maar verf en m'n haar groeit wel weer aan. De Canadezen komen eraan! Vijf jaar lang hoor je ze niet, die Hollanders. En pas wanneer hun geallieerde vriendjes d'r zijn, durven ze met z'n allen een vrouw te mishandelen. Lafbekken.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog. (Tijdsduur: 4’50’’)              Duitsland wordt verslagen.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_bevrijding01

De tweede wereldoorlog loopt ten einde. Op 12 september 1944 passeren Amerikaanse troepen de Nederlandse grens. Veel Nederlanders hopen dat nu ook de rest van het land snel bevrijd zal worden. Britse, Amerikaanse en Canadese troepen willen in één klap doorstoten naar Arnhem, maar die aanval mislukt voor een groot deel. Ze komen de grote rivieren niet over. Daarom besluiten zij om Nederland links te laten liggen en dwars door Duitsland op te trekken. Ook in het oosten komen geallieerde legers steeds dichter bij. In Rusland en Polen worden de Duitse legers steeds verder teruggedrongen. Ondanks de enorme verliezen en de onvoorstelbare verwoestingen, wil Hitler de strijd niet opgeven. Hij geeft opdracht om door te vechten en iedereen moet meedoen. Vrouwen, oude mannen, Zelfs schooljongens van 11, 12 jaar oud moeten meehelpen Duitsland te verdedigen. "muß alles vergeh'n? Oh... warum nur, warum bleibt gar nichts besteh'n?"Hé Oskar, dit moet je zien! Heil Hitler!
Oohh! Wat is hij dapper! Een held is het!Een kind! Het is nog maar een kind! Ha-ha, daarmee moet Duitsland de oorlog winnen!
En dat gaan we ook! Hij gelooft er nog in! Dan ben je mooi te laat, jochie, de oorlog is voorbij! Nog lang niet, herr Hauptmann, want Hitler heeft wonderwapens! Sprookjes!Ach, laat hem toch. Maar het klopt. De Duitsers hebben een wonderwapen. Het is een vliegende bom, een soort raket - de V1, die van een schans wordt gelanceerd en helemaal naar Londen kan vliegen. Doodsbang zijn de Engelsen voor dit nieuwe wapen dat voor veel schade en doden zorgt. Van deze vliegende bommen worden er meer dan tienduizend afgevuurd richting Londen. Maar het wapen is niet volmaakt. De raket is erg langzaam. Het lukt de Engelsen steeds vaker om het wapen onschadelijk te maken voordat het zijn doel bereikt. Daarom maken de Duitsers de V2. En dat is wel een razendsnelle raket. Hij gaat zo snel dat niemand hem ziet of hoort aankomen. De V-raketten maken veel slachtoffers. Maar ze kunnen de ommekeer in de oorlog niet tot stand brengen. Eind april 1945 hebben Russische soldaten bijna heel Berlijn veroverd. Het is een gruwelijke strijd. Om elke straat, ieder gebouw en elk huis wordt gevochten. Ook de Rijksdag, het Duitse parlementsgebouw wordt veroverd. En de Russische vlag gaat trots in top. Hitler beseft dat hij de oorlog nu echt heeft verloren. Zijn droom van een groot Duits rijk aan diggelen. Hij pleegt zelfmoord. "bij de verdediging van Berlijn tegen de barbaarse horden van het Sovjetleger...... tijdens het heldhaftig leiden van de Duitse troepen in het heetst van de strijd...... is vanmiddag om vijftien uur dertig onze Rijkskanselier en Führer... Adolf Hitler... gesneuveld." Hitler is dood. Mijn God. Leugens! allemaal leugens! De führer zou ons nooit in de steek laten. Die leidt zijn volk in de moeilijkste uren. Ze proberen ons te misleiden met valse geruchten! Laten we hopen van niet. Overal geven Duitse soldaten zich nu over. De oorlog is nu bijna ten einde, ook in Nederland.

Nederland bevrijd. (Tijdsduur: 2’51’’)                                      Gevangenen keren terug.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_nadeoorlog03

De Tweede Wereldoorlog is voorbij. Duitsland heeft zich overgegeven. De geallieerde legers hebben Nederland bevrijd. Na de Bevrijding keren tienduizenden krijgsgevangenen van de Duitsers terug naar ons land. Net als arbeiders die vaak jarenlang hebben moeten werken in Duitse fabrieken. De gelukkigen onder hen worden door familieleden opgehaald. Maar de terugkeer is niet altijd een vrolijk weerzien. Huizen zijn vaak verwoest door bombardementen en gevechten, en de bewoners gevlucht. Duizenden mensen, zijn alles kwijt, hun familie, hun huis, alles. Ze proberen in de chaos nog wat terug te vinden.
En dan zijn er nog de 107 duizend joden die uit Nederland zijn weggevoerd door de Nazi’s. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat zij in concentratiekampen zijn terechtgekomen. Speciaal ingericht om zo veel mogelijk mensen te doden. Opa's en oma's, ooms en tantes, vaders, moeders, broers, zussen... allemaal zijn ze vermoord. Bijna niemand overleeft de kampen. Er keren maar 5500 joden terug naar Nederland. David is één van hen.

Een monument voor oorlogsslachtoffers. (Tijdsduur: 1’04’’)                Opdat wij ze niet vergeten.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091214_nadeoorlog05

In 1945 komt er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Om die oorlog niet te vergeten worden overal in ons land monumenten neergezet. Die herinneren ons aan alles wat er in de oorlog is gebeurd. Op de Dam in Amsterdam staat het Nationale Monument. Op 4 mei vindt hier de Nationale Herdenking plaats. Om 8 uur precies zijn we 2 minuten stil om te denken aan de verschrikkingen van de oorlog en alle doden die daarbij zijn gevallen. En zo kunnen we hen niet vergeten en spreken we de hoop uit, dat het nooit meer gebeurt.

Anne Frank. (Tijdsduur: 14’00’’)

http://player.omroep.nl/?aflID=6673633

Of surf naar: www.schooltv.nl/vroegerenzo

Klik op: Op tv

Klik op: Lees meer

Klik op: Anne Frank

Onderduiken. (Tijdsduur: 1’58’’)                                                Waarom?

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050127_annefrank01

Anne Frank was een joods meisje. Ze woonde met haar vader, moeder en zus in Amsterdam. Haar leven verandert als in mei 1940 Duitsland Nederland aanvalt. Na vijf dagen vechten worden de Duitsers de baas in Nederland. Het leven wordt steeds zwaarder. Vooral voor de joodse Nederlanders. De Duitsers komen met maatregelen die van de joden aparte mensen maken. Joden mogen niet meer fietsen, mogen niet meer in de tram, mogen niet meer in bepaalde winkels komen. Ook moeten de joden een ster op hun kleding dragen, zodat iedereen kan zien dat ze joods zijn. Maar het wordt nog erger. De Duitsers haten de joden zo, dat ze hen oppakken en wegvoeren. Er is maar één oplossing : onderduiken, je verbergen. Ook Anne en haar familie duiken onder. Prinsengracht 263. Dit is het kantoor van vader Frank. Niemand weet dat aan de achterkant van dit huis nog een huis staat: het Achterhuis. Dit wordt de schuilplaats van de familie. Om er voor te zorgen dat niemand de trap ontdekt die naar het Achterhuis leidt, wordt er een draaibare boekenkast voorgezet. Bijna twee jaar zitten Anne en haar familie ondergedoken. Al die tijd mogen ze niet naar buiten. In het Achterhuis schrijft Anne haar dagboek. Na de oorlog wordt het dagboek uitgegeven. Zelf heeft ze de oorlog niet overleefd. In 1944 worden de onderduikers verraden. De Duitsers pakken ze op, brengen ze naar de gevangenis en dan naar concentratiekampen. Hier wordt Anne ziek en sterft in maart 1945, een paar maanden voor het einde van de oorlog.

Het dagboek van Anne Frank. (Tijdsduur: 2’20’’)                                    Een wereldberoemd boek.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050127_annefrank02

In mei 1940 valt Duitsland Nederland binnen. Na vijf dagen vechten worden de Duitsers hier de baas. Het leven wordt steeds zwaarder. Vooral voor de joodse Nederlanders. De Duitsers komen met maatregelen die van de joden aparte mensen maken. Joden mogen niet meer fietsen, mogen niet meer in bepaalde winkels komen. Ook moeten de joden een ster op hun kleding dragen, zodat iedereen kan zien dat ze joods zijn. Maar het wordt nog erger. De Duitsers haten de joden zo, dat ze hen oppakken en wegvoeren. Er is maar één oplossing. Onderduiken. Je verbergen. Anne Frank is ook joods. Ze woont met haar familie in Amsterdam. Ook zij duiken onder. Prinsengracht 263. Dit is het kantoor van vader Frank. Niemand weet dat aan de achterkant van dit huis nog een huis staat: het achterhuis. Dit wordt de schuilplaats van de familie. In het achterhuis houdt Anne een dagboek bij. Anne wil heel graag schrijfster worden. Ze droomde ervan dat haar boek werd uitgegeven. Anne heeft de oorlog niet overleefd. Haar dagboek wel. De onderduikers van het achterhuis worden verraden, en weggevoerd naar het concentratiekamp. Hier wordt Anne ziek en sterft in maart 1945, een paar maanden voor het einde van de oorlog. Otto, de vader van Anne, die de oorlog wel heeft overleefd, heeft de wens van zijn dochter vervuld. Het dagboek werd uitgegeven. Het is wereldberoemd geworden.

6 De eigen tijd / Onze tijd

De kruidenier. (Tijdsduur: 2’38’’)                                                                 Toen er nog geen supermarkten waren.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_kruidenier01

Dit is een kruidenierswinkeltje uit de jaren ’50: 1950. En een kruidenier verkocht eigenlijk alles wat met levensmiddelen te maken had: kaas uiteraard, vleeswaren, thee, koffie en ook bonen, witte bonen, bruine bonen, kapucijners, maar ook losse kruiden. Dan verder alle mogelijke wasmiddelen, borstelwaren. Die kruidenier verkocht ook sigaren, tabak, dat werd ook verkocht. Nou, vroeger werd er heel veel gebruikt, dat was onder andere dus groene zeep, wat los werd verkocht. Het zat zo in een emmer. Dan werd het keurig netjes afgewogen op de weegschaal en dan kwam men ermee thuis en dan werd die zeep opgelost in warm water. En dan ging de was erin en zo werd het met zo’n schrobbertje, met een borstel, werd het gewassen. Dit is levertraan. En het werd gebruikt voor de kinderen als…, tegenwoordig worden er vitaminepilletjes gebruikt, maar toentertijd werd er levertraan gebruikt en dat kwam van de walvis. En dat was heel vies. De boodschappen werden door moeder thuis opgeschreven in een winkelboekje. En dan werd er keurig opgeschreven bijvoorbeeld suiker, koffie. De prijs werd er achter gezet door de kruidenier. Aan het eind van de maand werd de totale bladzijde opgeteld en ging men het in het grote boek schrijven. En dan werd een keer maar per maand werd het betaald. Wat ik met deze kruidenierszaak wil laten zien het grote verschil tussen de hedendaagse supermarkt waar men de boodschappen zelf moet pakken en dit kruidenierswinkeltje geeft en heel ander beeld, want de kruidenier maakt de boodschappen klaar. De sfeer in zo'n winkeltje was totaal anders dan in de supermarkt. In een klein kruidenierswinkeltje hebben we hele gesprekken gevoerd over datgene dat in het dorp plaats vind. Geboortes, uh... feesten. Alles werd daar verteld. En de kruidenier was achter de toonbank had toch een functie. Hij hoorden de dingen maar hij kon ook meepraten over de dingen. Zo was het vroeger in de jaren vijftig. 250 gram witte bonen... eens even kijken... 300. Mag het iets meer zijn?

De Solex (Tijdsduur: 2’39’’)                                                                            Een bromfiets van zestig jaar oud

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_solexclub01

Ik ben Anda de Jonge. Ik ben gek op de solex, een soort bromfiets van zestig jaar geleden. De solex is een bromfiets van ongeveer zestig jaar oud. Vroeger kochten veel arbeiders die geen auto konden betalen een solex. Zo konden ze toch snel op hun werk komen. In de loop van de jaren zijn er 700.000 solexen verkocht. De solex is een bijzondere bromfiets. Het motortje zit voor op de fiets. In het motortje zit een rol en die loopt op de band. Zo komt de fiets in beweging. De solex is de voorloper van de latere bromfiets en de scooter. Maar de solex is natuurlijk niet te vergelijken met de scooter. Op de scooter scheur je en op de solex zit je lekker ontspannen. Dit is nostalgie, het is oud, van vroeger, alle onderdeeltjes zijn oud. Het is ijzer, er zit bijna geen plastic aan. Soms gaan we met de solex-club een tocht maken. We dragen dan allemaal een leren jas, geitenwollen sokken, klompen en een witte sjaal. Het mooiste van de solex is dat het oud is, en dat we het willen bewaren. Leve de geschiedenis!

Jong in de jaren zestig. (Tijdsduur: 3’23’’)                                                     Hoe was het om jong te zijn in de jaren zestig?

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20060622_jongindejarenzestig01

Hoe was het jong te zijn in de jaren zestig? Tot het begin van de jaren zestig waren de Nederlandse jongeren nogal braaf. Ze gedroegen zich zoals van hun verwacht werd. Ze waren lid jeugdverenigingen, waar ouderen bepaalde wat er gebeurde. Jongeren hadden weinig in te brengen. Ze dienden hun mond te houden en hun ouders te gehoorzamen. Het was een tijd van welvaart. Vanaf 1960 verdienden Nederlanders meer en kregen méér vrije tijd. Ze hoefde niet meer op zaterdag te werken en kinderen hoefde niet meer op zaterdag naar school. De Nederlanders hadden het nog nooit zo goed gehad. Steeds meer mensen kochten elektrische apparaten, zoals een platenspeler of een bandrecorder. En natuurlijk een televisietoestel, toen nog zwart-wit. Misschien zelfs een auto. Een televisietoestel èn een auto: dat waren de symbolen van een nieuwe tijd. Vooral voor oudere Nederlanders een grote verandering. Ze hadden de Tweede Wereldoorlog en een hongerwinter meegemaakt. Armoede gekend. Ze hadden hard gewerkt en heel zuinig geleefd om Nederland na de oorlog weer op te bouwen. Hard werken, zuinig zijn en een gezin stichten. Dat waren de idealen van de ouderen. Óók in die periode van overvloed.De jongeren van de jaren zestig waren geboren vlak na de Tweede Wereldoorlog. Er werden toen heel veel baby's geboren. Een ware geboortegolf, een "babyboom". Daarom heten ze ook wel de babyboom-generatie. Ze kregen meer zakgeld, een betere opleiding èn ook meer vrije tijd dan hun ouders vroeger. Ze konden een brommer kopen. Dat betekende vrijheid. Gaan en staan waar je wilde. Ze vonden hun ouders maar saai en burgerlijk. De jongeren waren opstandig en gingen hun eigen weg. Op zoek naar een eigen levensstijl. "Er komen andere tijden" zong de jonge Boudewijn de Groot in 1964. De popmuziek had groet invloed op de jeugd van toen. De mode veranderde. Jongeren wilden andere kleding dragen dan hun ouders. De rokken werden steeds korter en het haar steeds langer. Jongeren kwamen in verzet tegen de ouderen.

Werken onder de grond. (Tijdsduur: 5’34’’)                                                Aan de slag in een steenkoolmijn.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_mijnwerker01

Ik ben Wim Schoenmaekers. Ik heb vroeger gewerkt in een steenkoolmijn in Zuid-Limburg. Ik was zestien jaar toen ik bij de staatsmijn Wilhelmina ging werken. Ik heb er meer dan twaalf jaar gewerkt, toen gingen de mijnen in Limburg dicht omdat er minder kolen nodig waren. Het was heel erg zwaar werk. Je ging met een lift naar beneden, soms moets je nog kilometers onder de grond in een karretje naar je werkplek. En dan ging je aan het werk. Soms zat je wel op 900 meter diepte. Je werkte acht uur en je had maar 15 minuten pauze. Hoe dieper je in de aarde doordringt, hoe heter het wordt. Op een diepte van 800 meter is het 33 graden Celsius. En er zit een hoop vocht in de lucht. Dus het was bloedheet. Beneden waren er geen kranen, dus moest je blikken of veldflessen met water meenemen. Soms dronk ik achter elkaar wel wel vier liter water op! Als je klaar was met je werk, leek het of je in de stromende regen had gewerkt. Kleding werd boven gedroogd. De volgende dag stapte je er weer in. Je kleren waren dan zo stijf als een plank en werden pas beneden weer soepel door het vocht. Je werd natuurlijk ook heel vies van het werk. We kwamen altijd helemaal zwart weer boven! Wat heel gevaarlijk was in de mijnen was het mijngas. Mijngas is reukloos, smaakloos en kleurloos. Heel gevaarlijk, want het kan ontploffen als er een vonk bij komt. Elke mijnwerker heeft een benzinelamp, als het vlammetje lichtblauw wordt, dan is er mijngas aanwezig. Heel vroeger namen ze een vogeltje mee in een kooitje. Als de vogel van zijn stokje viel: mijngas! Je kon het ook zien aan de muizen. De muizen waren de vrienden van de mijnwerkers. Als ze doodgingen was er iets loos, dan was er mijngas of tekort aan zuurstof . Of als ze in grote colonnes wegrenden, wisten we dat er iets kon gaan instorten. Maar de muizen vraten ook de boterhammen van de mijnwerkers op en dat was minder geslaagd. Je had een eigen penning met een nummer. Bij aankomst in de mijn werd die op een bord gehangen. Daarna gingen we naar beneden. Na het werk leverde je de penning weer in bij de portier. Als er na het werk een penning was achtergebleven, wisten ze dat er iets fout was. En dat gebeurde helaas wel eens. Gelukkig heb ik het allemaal overleefd. Ik ben nu gids in de nagebouwde steenkoolmijn in Valkenburg en vertel de mensen hoe het hier vroeger was.

De dag van het werkpaard. (Tijdsduur: 3’38’’)                                        Een grote hulp voor de boer.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_dagvanhetwerkpaard01

Ik ben Nico de Jong en dit is mijn paard Ilse, het is een werkpaard. Mmmwah! Dit is eigenlijk nog typisch een werkpaard zoals men zeg maar vanaf het begin van de 19de eeuw altijd mee gewerkt hebben. Grof gebouwd, goed gespierd en zware benen, en grote hoeven, een goede kont erin, goede bilspieren. Hè, dat was een typisch werkpaard. Zo’n werkpaard was vroeger hét hulpmiddel van de boer. Een paard bij een boer weet van alles. Als de boer moest melken, hè, dan bracht hij ‘m naar de koeien en ook weer terug, en dan overdags werd ermee gewerkt. Ploegen was één van de activiteiten in het voorjaar met name. Ploegen is eigenlijk het omkeren van de grond hè, en je ging dan voor die tijd ging je mesten. Je strooide de mest uit en dat moest ondergeploegd worden. En dan lag het eigenlijk klaar om ingezaaid te worden. Dat gebeurde in het voorjaar. Ik weet nog goed: ik was toen ik een jaar of 10 was kocht mijn vader voor het eerst, had hij zijn eerste tractor. En ja, toen was het al heel snel verdwenen, dat paard. En dat was voor die boeren natuurlijk heel makkelijk om met een tractor te gaan werken, want een tractor kon je uitzetten, je draaide de sleutel om en hij stond stil. Een paard moest je natuurlijk altijd in de gaten houden. Het is van nature een vluchtdier en hij zal er altijd vandoor gaan bij een dreigend gevaar, dus je moest ‘m ook altijd in de gaten houden. En een tractor, die zet hij uit, hij zet ‘m uit, de versnelling, de draaide de sleutel en hij stond stil. Een paard gebruiken is meer hobby geworden als dat je echt er nog wat mee kan doen. Als ik zo achter de ploeg loop, dat is gewoon heerlijk, je proeft de natuur en het is ook: je hoort de omgeving. Als je in een tractor rijdt en zeker in een moderne tractor zit je afgesloten, je hebt glas om je heen, het is vaak warm en het is gewoon heerlijk om in de natuur bezig te zijn dus, en zelf ook actief, je blijft zelf ook veel actiever. Het is heerlijk.

Tinnenfiguren. (Tijdsduur: 2’35’’)                                                         Soldaatjes om mee te spelen.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20081231_tinnenfiguren01

Dit zijn allemaal tinnen figuurtjes waar kinderen vroeger mee speelden: soldaatjes, kanonnen, dieren. Tinnen figuren, die zijn een beetje ontstaan omstreeks 1750, toen was er een meneer, dat was een tingieter en die ontdekte dat er een behoefte kwam aan meer speelgoed. Hij maakte bijvoorbeeld apen, olifanten. Het was een tijd van ontdekkingsreizigers, mensen die lazen in de krant over de verre reizen, ze zagen er ook plaatjes van dieren. En wat hij ook maakte waren bijvoorbeeld sprookjesfiguren: Sneeuwwitje, de Gelaarsde Kat, Assepoester. Zo’n 100 jaar later, rond 1850, kwamen er steeds meer tinnen soldaatjes. Het was een tijd dat er ontzettend veel oorlogen werden gevoerd en kinderen wilden dat graag naspelen. En met je verjaardag of met het Kerstfeest kregen ze zo’n doosje met een stuk of 20, 30 soldaatjes erin. En uiteindelijk als je dan wat ouder was, dan had je een heel leger bij elkaar gespaard. Tot aan de Eerste Wereldoorlog werden heel veel tinnen soldaatjes verkocht. Maar de oorlog was zó verschrikkelijk, dat de ouders toen geen soldaten meer wilden kopen voor hun kinderen. Daarna begonnen toch de ouderen zelf de tinnen figuren weer op te pakken en ze gingen geschiedenisfiguurtjes maken. Hier zien we een voorstelling van het oude Rome, waar de Keizer in triomf naar binnen trekt na een overwinning die hij heeft behaald. De Keizer, die gaat op zijn zegekar middenin en neemt de toejuichingen van het Romeinse volk in ontvangst. Hier zien we een voorstelling van het dagelijks leven in Amsterdam tijdens de Gouden Eeuw. Ik ben zelf ook een liefhebber van tinnen figuren. Ik vind de beschilderde daarvan erg leuk. Ik heb oude Grieken, oude Romeinen, mensen uit de Middeleeuwen en ik heb ook mensen uit het begin van deze eeuw, waar ik nu mee bezig ben. Ik heb er ook heel veel boeken over, die heb ik als voorbeelden gebruikt bij mijn schilderen. En op die manier ben ik heel veel van de geschiedenis gaan houden.

De geschiedenis van het slapen. (Tijdsduur: 2’02’’)                               Van de prehistorie tot nu.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091223_slapen01

Heel lang geleden, in de prehistorie bestonden er nog geen bedden. De mensen sliepen gewoon op de grond, onder dierenhuiden. De oude Egyptenaren sliepen niet met een hoofdkussen zoals wij, maar met een hoofdsteun. Ze sliepen daarbij op hun zij. De nomaden in het oude Perzische rijk, maakten waterzakken van dierenhuiden. Die lieten ze de hele dag opwarmen in de zon. Arme Romeinen sliepen op een deken op de grond. Rijke Romeinen sliepen in een houten bed, op een matras van eendenveren. Ze hadden ook een bed om in te eten. Dat vonden ze héél beschaafd! Al wie rechtop at was een barbaar! De armen in de middeleeuwen sliepen met het hele gezin én de dieren in de woonkamer. Ze lagen dicht tegen elkaar, op jutten zakken, gevuld met stro. De rijken sliepen in een hemelbed. De gordijnen hielden de tocht tegen en de hemel zorgde ervoor dat er geen stof of ongedierte op hen neerviel. In tijden van oorlog sliepen de ridders met hun harnas aan. Zo konden ze snel tot actie overgaan! Ook na de riddertijd bleven edelen in een hemelbed slapen. Ze waren erg trots op hun bed! Ze pronkten ermee in hun huiskamer. Sommigen wérkten zelfs vanuit hun bed en ontvingen er gasten. Hele gezinnen sliepen lange tijd in een bedstede, in zittende houding. Ze dachten dat je anders ziek zou worden. Toen kwam er iemand op het idee om de veren van een rijtuig te gebruiken voor een bed. En zo begint het bed er langzaam uit te zien zoals wij het nu kennen! Goed hé!

De geschiedenis van lijm. (Tijdsduur: 2’04’’)                                         Van de prehistorie tot nu.

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20091223_lijm01

In het Stenen Tijdperk hadden ze al lijm. Ze tapten hars uit de schors van dennen, sparren en berken en dat kleverige spul gebruikten ze om alles en nog wat vast te lijmen. Oeps! Als ze tenminste genoeg hadden. Kijk uit! De jagers uit de Steentijd hadden nog een andere manier om aan hars te komen. Als ze vers hout in een speciale oven brandden, drupte er kleverig vocht uit. Dit zwarte spul heet bitumen. Daarmee kun je stenen aan elkaar lijmen. 5000 jaar geleden gebruikten de Perzen het al om hun paleizen te bouwen. Dit natuurlijke asfalt wordt nog steeds gebruikt om wegen aan te leggen. Een paar duizend jaar later ontdekten de Egyptenaren een ander soort natuurlijm. Als je dierenhuiden en botten urenlang kookte, kwam er een kleverig goedje uit: gelatine. Dat gebruikten ze om meubels te lijmen. En andere dingen. De eerste lijmfabriek ontstond pas veel later, in ons land, zo’n driehonderd jaar geleden. In die tijd was er veel vraag naar goede lijm want de drukpers was net uitgevonden. Boeken waren populair. Wat heeft dat met lijm te maken? Nou, boekbinders hadden heel veel lijm nodig om de ruggen en kaften van boeken te lijmen. Er is ook een heel speciale lijm, die van de zwemblaas van vissen wordt gemaakt. Die is heel elastisch en wordt nog steeds gebruikt voor violen. Daardoor klinken ze extra mooi. Sinds ongeveer honderd jaar bestaat er ook kunstmatige lijm. Die is door een scheikundige uitgevonden. En die supersterke lijm plakt als de beste.

 webmaster

 

 

 

 © Marcel Cornelissen